Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning
een aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool
tot stand te brengen of te wijzigen.
Burgemeester en wethouders verlenen een aansluitvergunning
alleen voor het tot stand brengen en wijzigen van een
aansluiting tussen het particulier riool en de
perceelaansluiting:
voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater
indien ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is;
voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater naar het
daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een
gescheiden stelsel aanwezig is;
voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoelde
buizenstelsel, indien ter plaatse een gescheiden stelsel
aanwezig is;
voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater indien
ter plaatse riolering onder over- en/of onderdruk
aanwezig is.
Indien meer dan één aansluiting van een particulier riool op het
openbaar riool tot stand dient te worden gebracht, alsmede
wanneer meer dan één aansluiting dient te worden gewijzigd, is
het eerste lid voor iedere aansluiting of wijziging afzonderlijk
van toepassing.
In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met
betrekking tot:
het tot stand brengen van de aansluiting;
het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de
perceelaansluitleiding;
sloopwerkzaamheden op het perceel van de
rechthebbende;
de periode waarvoor de vergunning wordt verleend indien
de aansluiting is bedoeld voor de afvoer van
bronneringswater.
Indien de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de
aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of
wijziging van de aansluiting waarop die aansluitingvergunning
betrekking heeft, uit te voeren, kunnen burgemeester en
wethouders de aansluitvergunning intrekken.
Afdeling II
Artikel 2
Vergunningsplicht
Onderdeel van Verordening aansluitvoorwaarden riolering Uithoorn 2001