Naar hoofdinhoud

Paragraaf I

Artikel 1.2

Randvoorwaarden Treasurybeleid

Onderdeel van Treasurystatuut Gemeente Den Haag 2009

Bij de uitvoering van alle centrale- en decentrale treasuryactiviteiten dienen de regelsen bepalingen van de Wet fido, de ministeriële ‘Regeling uitzettingen en derivatendecentrale overheden’ (Ruddo), het Treasurystatuut en van het UitvoeringsbesluitTreasurybeheer in acht te worden genomen. De Centrale Treasury voert haar treasuryactiviteiten alleen uit voor de uitoefening van de publieke taak van de gemeente Den Haag of daarmee verbonden partijen. Het aantrekken van gelden, zonder een specifiek financieringsdoel of object, om dezevervolgens uit te lenen, met als doel extra rente-inkomsten (near-banking) teverkrijgen, is verboden. Renterisico’s op de netto vlottende schuld zijn begrensd tot de kasgeldlimiet (Wet Fido). Renterisico’s op de vaste schuld zijn begrensd tot de renterisiconorm (Wet Fido). De gemeentelijke treasuryfunctie is ondergebracht bij de Centrale Treasury, onderdeel van de directie Financiën van de Bestuursdienst. Tot de treasuryfunctie behoren: het beheer van renterisico’s en de gemeentelijke financiering, waaronder het saldo- en liquiditeitenbeheer en overige vermogenswaarden; het beheren van de portefeuilles van opgenomen- en uitgezette geldleningen en het aantrekken en uitzetten van kort- en langlopende middelen binnen de kaders van dit statuut; het beheren van de door het college afgegeven garanties; het beheer van gemeentelijke bankrekeningen en de daarbij behorende dienstverleningsovereenkomsten; het inrichten en beheer van een effectief en doelmatig gemeentelijk betalingsverkeer en gebruik van betaalinstrumenten; het inrichten van de treasuryorganisatie, de eigen administratie en informatievoorziening. Het operationele centrale- en decentrale treasurybeheer wordt door het college in een Uitvoeringsbesluit Treasurybeheer vastgesteld. Alleen de Centrale Treasury is op grond van een jaarlijks te nemen collegebesluit bevoegd, ten behoeve van de financiering van de gemeentelijke financiële bedrijfs-huishouding, tot het aangaan van overeenkomsten op de geld- en kapitaalmarkt, binnen de kaders van de Wet Fido (inclusief Ruddo), alsmede binnen de bepalingen van dit statuut. Het college informeert jaarlijks de raad over het gemeentelijke financieringsprogramma en de onderbouwing daarvan.

Rechtspraak bij dit artikel