**1..** De grondslagen voor de berekening van het binnenhavengeld zijn:
**a..** het laadvermogen van het schip uitgedrukt in tonnen;
**b..** de oppervlakte van het schip uitgedrukt in vierkante meters;
**c..** de lengte van het schip uitgedrukt in meters, zoals deze gegevens blijken uit de meetbrief.
**2..** In de bij deze verordening behorende tarieventabel is per soort binnenschip aangegeven welke maatstaf van heffing van toepassing is.
**3..** Bij de berekening van het verschuldigde bedrag:
**a..** wordt een gedeelte van eenheid van laadvermogen, oppervlakte of lengte niet in aanmerking genomen;
**b..** wordt het laadvermogen, de oppervlakte en de lengte van een schip gesteld op de gegevens zoals die blijken uit de meetbrief, of ambtshalve vastgesteld als geen meetbrief wordt overgelegd;
**c..** wordt het te betalen bedrag aan binnenhavengeld gesteld op een minimumbedrag zoals dat in de tarieventabel wordt vermeld en worden de bedragen daarboven, naar beneden afgerond op halve euro’s.
Artikel 4
Heffingsgrondslagen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld 2010, inclusief 1e en 2e wijziging