Naar hoofdinhoud

Artikel 3.4.

Inkomensgrens

Onderdeel van Beleidsnotitie starters op de koopwoningenmarkt

De woningen zijn bedoeld voor financieel minder draagkrachtigen. Om de doelgroep ten aanzien van dit aspect te onderscheiden zal moeten worden gewerkt met inkomensgrenzen. De inkomensgrens wordt vertaald in een maximaal gezamenlijk bruto jaarinkomen in het jaar van aanbod van de koopwoningen. Het bruto inkomen wordt genomen omdat dit inkomen toetsings-grondslag is voor de NHG. Onder gezamenlijk bruto jaarinkomen wordt verstaan het bruto jaarinkomen van de koper en voor zo ver van toepassing het bruto jaarinkomen van zijn partner (of degene met wie de koper een gemeenschappelijk huishouding voert, niet zijnde de kinderen) alsmede de bruto inkomsten uit box 2 en uit box 3 (volgens de inkomstenbelasting) van koper en zijn partner. De inkomensgrens wordt als volgt bepaald. Aan de hand van de koopprijs van de woning wordt de inkomensgrens bepaald waarbij een volledige hypotheek (conventionele hypotheeklening) kan worden verkregen. Dit bedrag wordt opgehoogd met een marge van € 4537,-- (ƒ 10.000,--) bruto om bijvoorbeeld de inrichting van de woning te kunnen bekostigen of om aan andere financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Op basis van de toetsingsnormen van de Bemiddelende Organen moet het mogelijk zijn om binnen de aldus bepaalde inkomensgrens de woningen te kunnen financieren met een Nationale Hypotheekgarantie.

Rechtspraak bij dit artikel