**1..** Het college kan een persoon behorende tot de doelgroep doen bemiddelen naar algemeen geaccepteerde arbeid, begeleiden bij het zoeken naar en verwerven van arbeid, alsmede bij het wegnemen van belemmeringen voor de arbeidsinschakeling of de deelname aan maatschappelijke participatie.
**2..** In beleidsregels geeft het college verdere uitwerking aan de aard van de voorzieningen. Bij deze uitwerking worden in elk geval de doelgroep, de duur van de voorziening, het doel van de voorziening en de verplichtingen van de deelnemer betrokken.
**3..** Het college kan voor voorzieningen een budget- of subsidieplafond vaststellen;
**4..** Het doel van de inzet van deze voorzieningen is het vergroten van de vitaliteit en de zelfredzaamheid van de tot de doelgroep behorende personen. Onder andere door het opdoen van werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen van een werkritme, maatschappelijke participatie en het bevorderen van sociale zelfredzaamheid wordt arbeidsinschakeling bevorderd. Scholing kan onderdeel uitmaken van het traject voor zover deze nodig is voor het behalen van een startkwalificatie of voor het wegnemen van belemmeringen tot arbeidsinschakeling of zelfstandige participatie.
**5..** Het college biedt de belanghebbende die gedurende zes maanden additionele arbeid verricht als bedoeld in artikel 10a van de wet en die niet beschikt over een startkwalificatie een voorziening aan in de vorm van scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij de scholing de krachten en bekwaamheden van de belanghebbende te boven gaat of de scholing niet bijdraagt aan vergroting van de kans op arbeidsinschakeling.
**6..** Het college maakt voor de uitvoering van voorzieningen overwegend afspraken met derden, waaronder werkgevers en re-integratiebedrijven.
Artikel 6 Loonkostensubsidie
Het college kan aan een werkgever een subsidie verlenen voor de belanghebbende die algemene bijstand ontvangt ingevolge de wet of een uitkering krachtens de wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen indien de belanghebbende naar het oordeel van het college nog niet over voldoende kennis en bekwaamheden beschikt om volwaardig in de dienstbetrekking te functioneren.
De subsidie bedoeld in het eerste lid is gebonden aan de belanghebbende.
De subsidie bedoeld in het eerste lid wordt gedurende maximaal een periode van 12 maanden verleend.
De periode bedoeld in het derde lid kan met maximaal 12 maanden worden verlengd. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
In afwijking van het derde en vierde lid kan het college gedurende een langere periode een subsidie verlenen indien de persoon naar het oordeel van het college blijvend niet meer in staat is volwaardig in een dienstbetrekking te functioneren.
De subsidie bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend verleend in verband met een dienstverband dat leidt tot beëindiging van de uitkering bedoeld in het eerste lid.
In afwijking van het zesde lid wordt de subsidie verleend voor een dienstverband dat niet leidt tot beëindiging van de uitkering als bedoeld in het eerste lid, indien de belanghebbende naar het oordeel van het college als gevolg van individuele omstandigheden niet in staat is voldoende inkomen te verwerven.
Het college stelt nadere regels over de hoogte van de subsidie als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 7 Premie in verband met participatieplaats
Het college verstrekt aan de belanghebbende, telkens nadat hij gedurende zes maanden additionele werkzaamheden als bedoeld in artikel 10a van de wet heeft verricht, een premie indien hij naar het oordeel van het college in die zes maanden voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op arbeidsinschakeling;
Het college stelt nadere regels over de hoogte van de premie bedoeld in het eerste lid.