**1..** De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande van 23 jaar en ouder en de alleenstaande ouder van 21 jaar en ouder, indien in zijn woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
**2..** De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande van 23 jaar en ouder en de alleenstaande ouder van 21 jaar en ouder, indien in zijn woning een ander zijn hoofdverblijf heeft;
**3..** Het bepaalde in het tweede lid blijft buiten toepassing indien naast de alleenstaande of alleenstaande ouder in de woning uitsluitend personen hun hoofdverblijf hebben die door de jongere worden verzorgd, of personen die voor de jongere zorgen en waarbij er een medische en/of sociale noodzaak voor deze verzorging bestaat.