**1..** Een lid van de raad dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Gemeentewet dan wel de rekenkamerfunctie, bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet, uitoefent dan wel lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet, ontvangt voor de duur van het lidmaatschap van de commissie dan wel voor de duur van de activiteiten per jaar een toelage van 5% van de vergoeding voor de werkzaamheden, als bedoeld in artikel 2 van de verordening, op jaarbasis.
**2..** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van het lidmaatschap dan wel de duur van de activiteiten vast.
**3..** Dit artikel heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2009.
Hoofdstuk II
Artikel 5
Toelage
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2012