De ambtenaar, aan wie een vergoeding voor reiskosten woon-werkverkeer is toegekend, en die langer dan drie maanden wegens ziekte verhinderd is geweest zijn dienst te verrichten, heeft met ingang van de daarop volgende maand tot de maand waarin hij zijn werkzaamheden hervat, geen aanspraak op de hem toegekende reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer.