Naar hoofdinhoud
1. De aanslagen die worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt 30 juni van het belastingjaar en elk van de volgende termijnen een maand later. 3. In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, worden betaald uiterlijk drie maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Rechtspraak bij dit artikel