Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op: 2,95 personen per mobiel kampeeronderkomen of stacaravan;
mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen bepaald op de som van het aantal kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen vermenigvuldigd met 2,95.
Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt:
ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens of stacaravans op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van:
ten hoogste drie aaneengesloten maanden bepaald op 14;
meer dan drie maanden bepaald op 56;
ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen bepaald op:
90 voor het tijdvak 1 januari tot en met 31 maart;
91 voor het tijdvak 1 april tot en met 30 juni;
62 voor het tijdvak 1 juli tot tot en met 31 augustus;
61 voor het tijdvak 1 september tot en met 31 oktober;
61 voor het tijdvak 1 november tot en met 31 december.
Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het eerste lid, letter b, wordt vastgesteld op het gemiddelde van:
minimaal 2 tellingen gedurende het tijdvak 1 januari tot en met 31 maart;
minimaal 6 tellingen gedurende het tijdvak 1 april tot en met 30 juni;
minimaal 6 tellingen gedurende het tijdvak 1 juli tot en met 31 augustus;
minimaal 6 tellingen gedurende het tijdvak 1 september tot en met 31 oktober;
minimaal 2 tellingen gedurende het tijdvak 1 november tot en met 31 december.
Artikel 5
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2012