Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Termijn van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2013

Het marktgeld voor een vaste plaats en voor een seizoenplaats moet worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval: het totaalbedrag van het op de kennisgeving vermelde marktgeld niet minder dan € 50,-- bedraagt en de termijnbedragen per termijn niet groter zijn dan € 1.500,-- en de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, het marktgeld wordt betaald in zoveel gelijke termijnen als na de maand van dagtekening van de kennisgeving nog kwartalen in het belastingjaar overblijven, met dien verstande, dat het aantal betalingstermijnen steeds minimaal 2 telt. Het nog resterende gedeelte van een kalenderkwartaal waarin het aanslagbiljet is gedagtekend, wordt voor een geheel kwartaal gerekend. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van het kalenderkwartaal volgende op de dagtekening van het aanslagbiljet, elk van de volgende termijnen vervalt telkens een kwartaal later. Het marktgeld voor een dagplaats moet worden betaald ingeval de kennisgeving: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. Het marktgeld voor een dagplaats wordt verschuldigd en moet worden betaald op het tijdstip waarop van de standplaats gebruik wordt gemaakt. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Rechtspraak bij dit artikel