De precariobelasting wordt niet geheven voor het hebben van:
**a..** voorwerpen, welke volgens een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of
op een andere wijze rechtens moeten worden gedoogd;
**b..** voorwerpen, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel
229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een
privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
**c..** voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende ingevolge eigendom, bezit
of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn
bij een derde;
**d..** het hebben van steigerwerken, afscheidingen, materialen en dergelijke
voorwerpen ten behoeve van restauratie en/of herstelwerkzaamheden, die
door het gemeentebestuur zijn goedgekeurd en worden gesubsidieerd;
**e..** het hebben van voorwerpen, wanneer dit plaatsvindt bij gelegenheid en
ter opluistering van nationale of gemeentelijke feestdagen, kermissen,
winkelweken, tentoonstellingen, aanwijzingen in het belang van het
toeristenverkeer en dergelijke, voorzover deze niet strikt dienen tot
reclame voor enig particulier bedrijf;
**f..** het hebben van voorwerpen, indien dit strekt tot bevordering van een
liefdadig doel, wetenschap, kunst, onderwijs of een algemeen belang,
voor zover op de voorwerpen enz. geen reclame ten behoeve van derden
wordt gemaakt;
**g..** het hebben van vlaggenstokken, vlaggen en wimpels, niet ten doel hebbend
reclame te maken.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2013