Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Achtergrond en overwegingen bij de gemeentelijke speerpunten

Onderdeel van Nota Lokaal Gezondheidsbeleid 2011 t/m 2014 van de gemeente Oirschot

Op basis van de gezondheidssituatie van de Oirschotse inwoners (onderzoeken van de GGD) en de speerpunten van het ministerie van VWS heeft de gemeenteraad van Oirschot op basis van een Startnotitie LGB van burgemee- ster en wethouders op 15 september 2009 gekozen voor vijf speerpunten voor het lokaal gezondheidsbeleid voor de jaren 2011 t/m 2014. Deze speerpunten zijn genoemd onder 4.3. Later is daar het speerpunt “preventie gezond- heidszorg voor ouderen” aan toegevoegd. De gemeenteraad heeft ervoor gekozen om de komende periode geen of minder aandacht te besteden aan de thema’s: depressie, soa's / seksueel risicogedrag en binnenmilieu (loopt via het onderwijsbeleid/Lokaal Educa- tieve Agenda). Ook die thema’s waren in de startnotitie opgenomen. De keuzes zijn gebaseerd op de volgende criteria en overwegingen: • Ernst en/of omvang van het gezondheidsprobleem op basis van de landelijke cijfers (bijvoorbeeld CBS) of loka- le analyse van de gezondheidssituatie (GGD-monitoren). Ook de trends en ontwikkelingen maken hiervan onder- deel uit; • Sterke relatie van de risicofactor met gezondheid • Aansluitend bij landelijke prioriteiten (nota “Kiezen voor gezond leven”); • Mogelijkheden van een doelmatige en effectieve aanpak binnen het gemeentelijk beleid; • Grote (maatschappelijke) gevolgen voor gebruik van medische voorzieningen en arbeidsdeelname; • Significant negatief afwijkend Oirschot versus regio of Nederland; • Draagvlak bij betrokken organisaties/instellingen; • Politieke gevoeligheid/ tijdgeest; De speerpunten voor de komende jaren zijn niet allesomvattend op het gebied van lokaal gezondheidsbeleid. Uit de Wpg vloeit een aantal taken voort waarvoor de gemeente in ieder geval zorg moet dragen: epidemiologie, gezondheidsbevordering, bevolkingsonderzoeken, medische milieukunde, technische hygiënezorg, infectieziek- tebestrijding en jeugdgezondheidszorg. Deze taken worden reeds structureel uitgevoerd, hetzij door de GGD, hetzij door andere instellingen (zoals Zuidzorg voor de jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen). Gelet op de wettelijke verplichting zullen deze activiteiten ook de komende jaren worden gecontinueerd.

Rechtspraak bij dit artikel