**5.1 A.** Een goede gezondheid is van belang om in de maatschappij in
sociaal en economisch opzicht goed te kunnen
functioneren. Een goede gezondheid wordt door velen dan ook
gezien als een groot goed.
Al sinds 1948 hanteert de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van
de Verenigde Naties de volgende definitie
van gezondheid:
Gezondheid is een toestand van lichamelijk, geestelijk en
sociaal welbevinden en niet alleen de afwezigheid
van ziekte.
Deze definitie wordt internationaal veel gebruikt en is algemeen
geaccepteerd.
Op basis van deze definitie is een aantal factoren te
onderkennen die gezondheid mede bepalen.
Deze factoren zijn:
- Biologische en erfelijke factoren; leeftijd, geslacht en
aanleg.
- Leefstijl en gedrag; voeding, beweging, middelengebruik.
- Sociale omgeving; gezin, familie, vrienden en
sociaal-economische status.
- Leef- en woonomgeving; wonen, werken, milieu, recreatie.
- Zorgsysteem; aanwezigheid, toegankelijkheid, bereikbaarheid en
kwaliteit.
Overgewicht
Overgewicht is wereldwijd een explosief groeiend probleem. In
1980 had 1 op de 15 kinderen van 4 tot
14 jaar overgewicht, in 2004 was dit al 1 op de 5 kinderen.
Overgewicht komt meer voor bij mensen met
een lage sociaal economische status.
Mensen met obesitas (gevaarlijk overgewicht) leven minder lang
en vooral langer in slechtere gezond-
heid. Met overgewicht lopen mensen meer kans op fysieke
problemen, zoals diabetes, hart- en vaatziek-
ten, maar ook op sommige vormen van kanker en aandoeningen aan
het bewegingsapparaat. Mensen
met overgewicht hebben vaak een negatief stempel en kunnen
daarmee psychische klachten krijgen of
in een sociaal isolement raken.
De minister van VWS heeft samen met de minister van OCW in
januari 2005 een convenant gesloten met
een aantal belangrijke partijen: de levensmiddelenindustrie, de
horeca, de cateraars, de supermarkten,
de zorgverzekeraars, de werkgevers en de georganiseerde sport.
De ondertekenaars pakken ieder op
hun manier overgewicht in Nederland aan.
Gemeenten hebben lokaal de regie bij het bevorderen van de
gezondheid van burgers. Veel gemeenten
hebben echter nog geen goed netwerk voor een gezamenlijke
aanpak. Het landelijk gesloten “Convenant
Overgewicht” is een goede basis voor een betere lokale aanpak.
De lokale ‘vertaling’ van het convenant
is inmiddels ook onderdeel van een nieuwe Handleiding Preventie
van Overgewicht in Lokaal Gezondheids-
beleid. Deze handleiding is ontwikkeld door het Voedingscentrum
in nauwe samenwerking met landelijke
partners, gemeenten en GGD’en.
Landelijk geformuleerde doelstellingen:
Landelijk vastgestelde prioriteit
preventienota (rijksbeleid)
Ja
Lopend (gemeentelijk) beleid
Signalen vanuit publieke opinie en/of
maatschappelijk middenveld
A. Landelijk veel aandacht voor stijging
overgewicht bij jeugdigen.B. Signalen uit
werkbijeenkomst (5 november 2009) met betrokken
organisaties bij het ontwikkelen van LGB: 1.
Bewust worden van eigen leefstijl m.b.t. voeding
en bewegen is niet geïntegreerd in de gemeenschap;
de meeste mensen hebben geen besef van de
gezondheidsrisico’s bij overgewicht, slechte
voeding en weinig bewegen. 2. Gezonde leefstijl is
te weinig geïntegreerd in de gemeenschap (scholen,
sociaal leven). 3. Veel ouders geven zelf het
slechte voorbeeld en zien dus niet dat hun
kinderen te dik zijn door ongezonde voeding. 4.
Meer voorlichting over overgewicht en gezonde
voeding is zeer gewenst.
Doelgroep
- Alle inwoners van jong tot oud.- De
doelgroepen jeugd, ouderen en mensen met een lage
sociaal-economische status krijgen extra aandacht.
Plan van aanpak
Een gezond gewicht wordt bereikt door een
gezonde energiebalans (eten en bewegen zijn met
elkaar in evenwicht). Een integrale benadering
waarbij zowel voeding als beweging aandacht krijgt
is dus essentieel. Er is nog geen specifiek
gezondheidsbeleid voor de jongeren. Daarom is het
voorstel om het thema overgewicht bij jongeren op
te pakken. Scholen worden geconfronteerd met een
versnipperd aanbod aan activiteiten en projecten
op het gebied van gezonde leefstijl. Elders in de
regio zijn goede ervaringen met het instellen van
een lokale werkgroep van professionals die met
jongeren te maken hebben. Deze werkgroep stelt dan
gezamenlijk, met behulp van de
preventieoverzichten van de GGD (Regionaal Kompas
Volksgezondheid) en Handreiking Gezonde Gemeente
(RIVM, 2010) een actieplan op. De gemeente wil de
Adviesgroep LGB/WMO (adviseur van de gemeente)
vragen een dergelijke werkgroep in te stellen die
samen met de gemeente een uitvoeringsplan opstelt.
De Adviesgroep LGB/WMO legt concrete adviezen en
resultaten voor aan burgemeester en wethouders. De
GGD heeft in mei 2009 een Preventieoverzicht
Overgewicht uitgebracht waarin mogelijke projecten
beschreven worden met daarbij ook het regionale
aanbod. Dat overzicht kan door een werkgroep als
leidraad gebruikt worden.In het uitvoeringsplan
moet in elk geval aandacht besteedt worden aan:
Inventariseren van het aanbod aan activiteiten ter
bevordering van een gezonde leefstijl (fitheids,
conditie en gezondheid). Invullen van hiaten in
het aanbod. Inzicht geven in wat o.a. scholen,
bedrijven met kantines en verenigingen met
kantines in Oirschot al dan niet doen rondom het
terugdringen van overgewicht en het bevorderen van
gezonde voeding. Een aanbod op maat vormen voor
die organisaties (bedrijven, scholen en
verenigingen) die nog niet bezig zijn met overge-
wicht en gezonde voeding. Bewustwording van het
belang van een gezonde energiebalans creëren bij
jongeren en hun ouders door duidelijk, indrin-
gend informatiemateriaal te verzamelen of te maken
voor jongeren en hun ouders. Bewustwording van
het belang van voldoende groente- en
fruitconsumptie bevorderen (zeker ook bij
volwassenen en ouderen). In samenspraak met
ondernemers van supermarkten, diëtisten en andere
voedingsdeskundigen rondleidingen te (laten)
verzorgen in supermarkten met het doel mensen te
wijzen op de gezonde(re) producten.
Inventariseren van het bewegingsaanbod voor mensen
met een beperking en ouderen en het, daar waar
mogelijk, uitbreiden van het aanbod.
Beleidsterrein waar thema primair wordt
ondergebracht
LGB; directe relatie met jeugdbeleid.
Uitvoering
Adviesgroep LGB/WMO, scholen, bedrijven,
verenigingen, huisartsen, bibliotheek,
sportscholen, kinderdagverblijven,
peuterspeelzalen, diëtisten, cateraars gemeente
e.a.
Jaar/jaren van uitvoering
Werkzaamheden werkgroep: september. 2011 –
december 2011.Uitvoering: 2012, 2013 en 2014.
Budget
Zoveel als mogelijk worden de activiteiten
binnen het takenpakket van de instellingen of
organisaties opgepakt. Omdat daarover geen
zekerheid is, reserveert de gemeente vanaf 2012
jaarlijks een bedrag van € 4.000, --.
**5.1 B.** Gezonde voeding
Voeding kan een belangrijke rol spelen bij het ontstaan en bij
het voorkómen van ziekten. Bij een gezond
voedingspatroon leven Nederlanders gemiddeld twee jaar langer
dan nu het geval is. Uit onderzoek van
het RIVM blijkt dat Nederlanders veel te weinig groenten en
fruit eten. Ook is de vetzuursamenstelling van
de voeding niet optimaal. De onbalans tussen voeding en bewegen
speelt een cruciale rol bij het ontstaan
van overgewicht. Op lokaal niveau zijn er voor een goed
overgewichtbeleid diverse mogelijkheden om ge-
zondheidswinst te behalen.
Dit thema heef een directe relatie met overgewicht.
Ambities (eventueel landelijk)
Zie het gestelde bij overgewicht
Landelijk vastgestelde prioriteit
preventienota (rijksbeleid)
Nee, maar extra aandacht is belangrijk in
relatie tot aanpak van de speerpunten overgewicht
en diabetes
Signalen vanuit publieke opinie en/of
maatschappelijk middenveld
Zie het gestelde bij Overgewicht.
Doelgroep
- Alle inwoners van jong tot oud.- De
doelgroepen jeugd, ouderen en mensen met een lage
sociaal-economische status krijgen extra aandacht.
Plan van Aanpak
Zie het gestelde bij Overgewicht
Beleidsterrein waar thema primair wordt
ondergebracht
LGB; directe relatie met jeugdbeleid
Jaar/jaren van uitvoering
Werkzaamheden werkgroep: september 2011 –
december 2011Uitvoering: 2012, 2013 en 2014.
Uitvoering
Adviesgroep LGB/WMO, scholen, bedrijven,
verenigingen, huisartsen, bibliotheek,
sportscholen, kinderdagverblijven,
peuterspeelzalen, diëtisten, cateraars gemeente
e.a.
Budget
Zie het gestelde bij Overgewicht.
**5.1 C.** Diabetes
In Nederland hebben meer dan 600.000 mensen diabetes, elk jaar
komen er ruim 70.000 bij. De verontrustende
toename van (vooral ook jongere) diabetespatiënten, bedreigt de
vitaliteit van de samenleving en heeft ook econo-
mische gevolgen.
Aan het bestaande diabetesactieprogramma van de rijksoverheid
wordt een nieuw programma toegevoegd, na-
melijk het nationaal diabetes preventie programma. De
noodzakelijke samenhang tussen preventie en curatie in
dit diabetesprogramma vraagt ook om lokale betrokkenheid.
Verschillende activiteiten dienen aan te sluiten bij de
jeugdgezondheidszorg of bij de lokale
gezondheidsprogramma’s.
De landelijke signalen dat diabetes een toenemend probleem is
lijkt door de regionale cijfers van de GGD niet
te worden bevestigd. Dit kan komen doordat de
bevolkingsonderzoeken niet het meest geschikte instrument zijn
om diabetes te signaleren en te registreren.
Dit thema heef een directe relatie met overgewicht.
Ambities (eventueel landelijk)
- het aantal patiënten met diabetes stijgt
tussen 2005 en 2025 met niet meer dan 15 procent.
- 65% van de diabetespatiënten heeft geen
complicaties.- tijdig signaleren.- integratie van
preventie en zorg.- bevorderen van gezond gedrag;
overgewicht, voeding, fysieke activiteiten en
roken, vooral in combinatie met elkaar
Landelijk vastgestelde prioriteit
preventienota (rijksbeleid)
Ja
Lopend gemeentelijk beleid
Er is geen lopend beleid
Signalen vanuit publieke opinie en/of
maatschappelijk middenveld
Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009)
met betrokkenen bij het ontwikkelen van
LGB:Diabetes wordt te veel gezien als normaal
(behorend bij ouder worden). Het ontbreekt bij
velen aan kennis over deze ziekte.
Doelgroep
- kinderen/jongeren met overgewicht- mensen
met lage sociaal economische status - zwangere
vrouwen- allochtonen- mensen met 'verborgen'
diabetes
Plan van aanpak
- Voor het voorkomen van diabetes type 2 is
gezond gedrag van cruciaal belang. Dit speerpunt
zal dus vanuit de insteek van preventie overlap
vertonen met het speerpunt voorkomen van
overgewicht. - De gemeente Oirschot streeft een
integrale aanpak na, waarbij preventie en curatie
(zorg) samenwerken met als doel het optimaliseren
van voorlichting, vroege opsporing en behandeling
van (de complicaties van) diabetes.- In
samenwerking met lokale partners wil de gemeente
via de Adviesgroep LGB/WMO een werkgroep starten
die een lokaal uitvoeringsplan “diabetespreventie”
opstelt en uitvoert.
Beleidsterrein waar thema primair wordt
ondergebracht
LGB
Uitvoerders
Adviesgroep LGB/WMO, huisartsen,
praktijkondersteuners, fysiotherapeuten, gemeente
e.a.
Uitvoerend jaar/jaren
Werkzaamheden werkgroep: september 2011 –
december 2011Uitvoering: 2012, 2013 en 2014.
Budget
Zie het gestelde bij Overgewicht
**5.2.** (Schadelijk) alcoholgebruik.
Onderzoek toont aan dat jongeren in Nederland de afgelopen
decennia fors meer alcohol zijn gaan drinken.
Ouders zijn aan de ene kant steeds makkelijker als het gaat
over het (toenemende) drankgebruik van hun
kinderen. Meestal kennen zij de schadelijke effecten van
alcohol niet (of willen die niet weten).
Op het gebied van alcoholconsumptie door jongeren bezet
Nederland een twijfelachtige eerste plaats in
Europa. Met alcohol als zodanig hoeft niets mis te zijn.
Overmatig drinken heeft echter niet zelden verstrekkende,
schadelijke gevolgen, voor jongeren en voor de openbare orde.
Bijna tweederde van de twaalfjarigen heeft al
alcohol gedronken. Los van de gezondheidsschade die dat, zeker
bij jonge kinderen oplevert, geeft het ook veel
overlast. Schattingen geven aan dat tenminste 40 procent van
het politieoptreden in de weekeinden te maken
heeft met drankgebruik. Ruim 27 procent van alle
geweldsdelicten gaat met alcohol gepaard. Meer dan vijf
pro-
cent van de burgers heeft overlast van dronken personen op
straat. Bovendien s 25–30 procent van de verkeers-
doden het gevolg van alcohol.
Chronisch teveel alcohol beschadigt op den duur alle organen
die direct bij de opname en verwerking van alcohol
betrokken zijn, zoals de maag, de lever en de alvleesklier. Ook
de hersenen, het zenuwstelsel en het immuunsy-
steem lijden onder aanhoudend misbruik. Teveel drinken verhoogt
bovendien het risico op hoge bloeddruk en
daarmee op beroerten en bepaalde hartziekten. Diverse
onderzoeken laten een verband zien tussen overmatig
alcoholgebruik en kanker aan de mond, keel en slokdarm, vooral
bij drinkers die ook roken.
Overmatig gebruik verhoogt ook het risico op kanker aan de
lever en de dikke darm. Vrouwen die veel drinken
krijgen vaker borstkanker dan vrouwen die niet drinken. Bij de
meeste negatieve effecten neemt het risico op scha-
de toe, naarmate men méér drinkt. De schade hangt mede af van
de groep waartoe men behoort. Jongeren en
vrouwen een hoger risico.
Fors alcoholgebruik op jonge leeftijd kan leiden tot acute
alcoholvergiftiging en op langere termijn tot schade
aan de hersenen. Die zijn immers nog in de groei. Uit onderzoek
blijkt ook dat wie jong begint met het drinken
van alcohol, op latere leeftijd een verhoogd risico op
alcoholproblemen heeft. Tenslotte heeft alcoholgebruik
gevolgen voor de vruchtbaarheid van zowel mannen als vrouwen en
bij zwangere vrouwen zelfs gevolgen voor
de ontwikkeling van het ongeboren kind.
Ambities (eventueel landelijk)
Landelijk: Gebruik van alcohol bij jongeren
(16-) terugbrengen naar niveau 1992. Minder
volwassen probleemdrinkers van 10.3% naar 7.5% in
2010. (ambitie na 2010 is nog niet bekend).
Regionaal project 'Laat je niet flessen!':
Opschuiven startleeftijd alcoholgebruik; onder de
16 geen alcohol. Dronken jongeren op straat
accepteren we niet langer.
Lopend (gemeentelijk) beleid
- Deelname aan project “Laat je Niet Flessen”
- Gezonde School en Genotmiddelen (voorlichting
aan leerlingen basisscholen groepen 7 en 8 over
preventie gebruik genotmiddelen). - Ouderavonden
(verzorgd door de GGD of anderen over gebruik
genotmiddelen) - Gastlessen over gebruik
genotmiddelen door jongerenopbouwwerk binnen
scholen en verenigingen. Zie verder Evaluatie
(Bijlage 1).
Signalen vanuit publieke opinie en
maatschappelijk middenveld
Zowel landelijk, regionaal en plaatselijk veel
aandacht voor alarmerend alcoholgebruik onder
jeugdigen. Signalen uit werkbijeenkomst (5
november 2009) met betrokkenen bij het ontwikkelen
van LGB: 1. Veel mensen ontkennen een
alcoholprobleem te hebben. 2. Overmatig
drankgebruik leidt vaak tot huiselijk geweld. 3.
Eenzaamheid leidt vaak tot het gebruik van
alcohol. 4. Veel jongeren drinken thuis in. 5. De
groepsdruk onder jongeren om te drinken is groot.
6. Veel ouders staan het gebruik van alcohol te
gemakkelijk toe. 7. Overmatig drankgebruik leidt
na sluitingstijd cafe’s meer dan eens tot
overlast. Voorgestelde oplossingen: 1.
Voorlichting geven via zoveel mogelijk kanalen, zo
frequent mogelijk (generaties lang) 2. Schokkende
voorlichting geven onder jongeren en ouderen:
bewustwording vergroten. 3. Ouders er strenger op
wijzen dat zij het goede voorbeeld moeten geven.
4. Bij sportwedstrijden voor jeugd geen verkoop
alcoholische dranken. 5. Strenge controles en
strenger straffen. 6. Geen alcohol tijdens
schoolfeesten. 7. De prijzen van alcoholische
dranken in kantines drastisch verhogen. 8.
Speciale uitgaansgelegenheden maken zonder
alcohol. 9. Beveiliging bij grootschalige
evenementen. 10. Sluitingstijden vervroegen
(regionaal). 11. Kreatieve acties voor en door
jongeren (maatschappelijke stages). 12. Gerichte
begeleiding bij evenementen. 13. Strengere
naleving gedragsregels door Horeca / sportkantines
+ consequenties aan verbinden.
Doelgroep
De gemeente geeft prioriteit aan de volgende
doelgroepen: - Doelgroep jongeren onder de 16
jaar; onder de 16 geen alcohol, naleving
wettelijke grenzen, geen gebruik in openbare
ruimten. - Doelgroep uitgaanders (16-25 jaar)
voorkomen van schadelijk alcoholgebruik en
voorkomen openbare problematiek.
Plan van aanpak
Een effectief lokaal alcoholbeleid kent 4
pijlers: 1. Publiek draagvlak (bewustwording en
communicatie), 2. Regelgeving (beïnvloeden van de
beschikbaarheid), 3. Handhaving (bevoegdheden). 4.
Vroegsignalering (problemen in een vroeg stadium
ontdekken). In het regionale project ‘Laat je niet
flessen!’ (kartrekker is Samenwerkingsverband
Regio Eindhoven (SRE), zijn veel materialen en
ideeën ontwikkeld die op lokaal niveau kunnen
worden ingezet. Het breed lokaal uitzetten hiervan
vraagt samenwerking met veel partijen op lokaal
niveau, meer dan nu het geval is. Deze partijen
kunnen het beste direct bij de planvorming
betrokken worden om het benodigde draagvlak te
ontwikkelen.
Beleidsterrein waar thema primair wordt
ondergebracht.
LGB; directe relatie met jeugdbeleid en
integraal veiligheidsbeleid.
Uitvoerend jaar/jaren
Werkzaamheden werkgroep: sept.. 2011 – dec.
2011 Uitvoering reguliere activiteiten 2011 e.v.
Uitvoering nieuwe activiteiten vanaf medio 2012,
2013 en 2014.
Uitvoering door:
Adviesgroep LGB/WMO, SRE, GGD (Gezonde School
en Genotmiddelen basisscholen), scholen, Stichting
Voorkom, Novadic-Kentron, jongerenwerk,
verenigingen, bibliotheek, huisartsen, politie en
gemeente.
Budget
Laat je Niet Flessen € 5.000,- structureel
voor bijdrage aan regionaal project ‘Laat je niet
flessen!’ . Voor een lokale aanpak is extra budget
van € 2.500,- nodig. Totaal: € 7.500,-- (2011 t/m
2014). Gezonde School en Genotmiddelen
(lesmateriaal, ouderavonden). Totaal: € 3.000,--
(2011 t/m 2014) Activiteiten binnen
Kempenhorstcollege (lessen over alcoholgebruik
door Stichting Voorkom). € 3.000,-- (2011 t/m
2014) Voor mogelijke nieuwe activiteiten
reserveert de gemeente vanaf 2012 een bedrag van €
2.000,-- (2012 t/m 2014)
**5.3.** (Stoppen met) Roken
Roken is nog steeds de belangrijkste vermijdbare (onnodige)
doodsoorzaak in Nederland. Jaarlijks sterven
ruim 20.000 Nederlanders aan acht ziektes die met roken te
maken hebben. Ongeveer 90 procent van alle
longkanker komt door roken.
Circa 30 procent van alle kanker is het gevolg van roken. Bij
hart- en vaatziekten is dat ongeveer 20 procent.
Meeroken (passief roken) leidt in Nederland jaarlijks naar
schatting tot (circa) tien gevallen van wiegendood,
enkele honderden doden door longkanker, enkele duizenden
sterfgevallen door hartaandoeningen en vele
tienduizenden (meer of minder ernstige) luchtwegaandoeningen
bij kinderen.
Stoppen met roken geeft direct resultaat en zorgt ervoor dat
mensen langer gezond leven. Als je stopt met
roken op je 30ste kun je tien jaar langer leven, op je 40ste
levert dat negen jaar op, op je 50ste zes en op je
60ste drie jaar. Rokers die blijven roken, verliezen in
vergelijking met niet-rokers gemiddeld tien jaar van
hun even. Europese landen die meer en steviger maatregelen
hebben genomen, hebben veel minder rokers.
Ambities (eventueel landelijk)
In het Nationaal Programma Tabaksontmoediging
2006-2010 noemt de Minister van VWS drie pijlers:
1. Voorkomen dat jongeren gaan roken 2. Stimuleren
dat rokers gaan stoppen 3. Beschermen van
niet-rokers tegen tabaksrook. Het landelijke doel
is het percentage rokers te verminderen tot 20% in
2010 (inzet na 2010 is nog niet bekend). Op 1 juli
2008 is het rookverbod voor horecagelegenheden
ingegaan. Het roken in openbare gebouwen en
scholen is al langere tijd verbonden. De gemeente
neemt de pijlers van de rijksoverheid over en
geeft er invulling aan.
(Lopend) gemeentelijk beleid
Er is geen lokaal beleid m.u.v. het programma
Gezonde School en Genotmiddelen. De basisscholen
besteden in de groepen 7 en 8 tijdens de lessen
aandacht aan roken en alcohol. Diverse andere
partijen voeren wel al activiteiten uit:
Voorbeelden zijn: Verloskundigen: ‘stoppen met
roken’. Consultatiebureau: ‘niet roken waar de
kleine bij is’ (folder en adviesgesprek). GGD:
jaarlijks 1 massamediale campagne voor volwassenen
(2008: stopcampagne Stivoro, via o.a.
publieksevenement/markt), jaarlijks 1 campagne
voor jongeren (2008: actie tegengif via scholen).
Zuidzorg: training ‘Pak je kans’ (groepstraining),
en een persoonlijke coaching chronisch zieken.
Zuidzorg: Folder “Roken? Niet waar de kleine bij
is” (voor ouders van kinderen van 0-4 jaar). GGD:
Brochure “Stoppen met roken. Willen en kunnen”.
Ziekenhuizen in de regio: individuele
ondersteuning en groepstraining.
Signalen vanuit publieke opinie en
maatschappelijk middenveld
A. De maatschappelijke trend is: roken is
minder acceptabel dan een aantal jaren geleden. In
lijn hiermee geldt sinds juli 2008 een rookverbod
voor horecagele- genheden. B. Signalen uit
werkbijeenkomst (5 november 2009) met betrokkenen
bij het ontwikkelen van LGB: 1. Roken heeft bij
nogal wat jongeren een stoer imago. 2. Roken
bovenbouw op middelbare scholen is nog steeds
aanwezig c.q. gewoon. 3. Ouders die roken doen dat
vaak ook in het bijzijn van hun kinderen = slecht
voorbeeldgedrag. 4. Te weinig nadruk op het feit
dat sporten en roken niet samen gaan. 5.
Rookartikelen zijn nog steeds voor een ieder vrij
verkrijgbaar. 6. Niet iedereen is zich er bewust
van dat roken slecht is voor de gezondheid. 7. Er
is nog te weinig “harde”voorlichting over de
gevaren van roken. 8. De stap van roken naar het
gebruik van andere drugs is klein. Voorgestelde
oplossingen: 1. Voorlichting aan jongeren en
ouders: positief benaderen, confronteren met
kosten, voorlichting via in te stellen Centrum
voor Jeugd en Gezin, consultatiebureau en scholen.
2. Beleid middelbare scholen aanpassen: geen
verschil tussen onder- en bovenbouw als het gaat
om roken. 3. Verbod roken op sportterreinen en
tribunes. 4. Meer indringende voorlichting tijdens
zwangerschappen. 5. Stoppen met roken-campagnes
lang vol blijven houden. Het is een zaak van lange
adem.
Doelgroep
- Jongeren: niet beginnen met roken is de
beste insteek. - Rokers bewust maken van het feit
dat ook meeroken slecht is voor de gezondheid, ook
thuis. - Rokers stimuleren en ondersteunen om te
stoppen met roken.
Plan van aanpak
De beste resultaten van
tabaksontmoedigingsbeleid worden geboekt door
middel van een mix van interventies en maatregelen
zoals intensieve multimediacampagnes,
stoppen-met-roken-advies van de huisarts, stoppen
met roken voor zwangeren, vergoeding voor de hulp
aan stoppen met roken, accijnsverhogingen,
terugdringen van meeroken. Voor de 3 doelgroepen
die hierboven beschreven zijn, zijn diverse
interventies beschikbaar. Jongeren kunnen het
beste bereikt worden via de scholen.
Beleidsterrein waar thema primair wordt
ondergebracht
LGB; directe relatie met het
Jeugdbeleid.
Uitvoerend jaar/jaren
Werkzaamheden werkgroep: sept. 2012 – jan.
2013 Uitvoering: 2013 en 2014.
Uitvoering
Adviesgroep LGB/WMO, verloskundigen,
kraamzorg, Novadic-Kentron, scholen, jongerenwerk,
huisartsen, ziekenhuizen, gemeente.
Budget
Zoveel als mogelijk worden de activiteiten
binnen het takenpakket van de instellingen of
organisaties opgepakt. Voor nieuwe activiteiten
reserveert de gemeente vanaf 2013 een bedrag van €
2.000,--.
**5.4.** Druggebruik
Cannabisproducten (hasj, marihuana) zijn in vergelijking met de
gezondheidsrisico’s van alcoholgebruik
en roken relatief onschuldig. Ze hebben geen sterk verslavende
werking, waarmee niet is gezegd dat soft-
drugs niet verslavend kunnen worden.
Harddrugs (heroïne, cocaïne, amfetamine, XTC, etc) zijn
doorgaans schadelijker voor de gezondheid dan
cannabis. Harddrugs zijn vaak sterk verslavend, sommige drugs
zowel lichamelijk als geestelijk (zoals
heroïne) en andere waarschijnlijk alleen geestelijk (zoals
cocaïne). In zijn algemeenheid is alcohol een
aanzienlijk groter probleem dan druggebruik, maar het gebruik
van drugs is eigenlijk geen onderdeel van
onze cultuur en dus niet geaccepteerd. De angst bij ouders dat
hun kinderen drugs gaan gebruiken is
over het algemeen groter dan dat hun kinderen alcoholische
dranken nuttigen. Die angst vraagt om bijzon-
dere aandacht van de gemeente in de preventieve sfeer, maar ook
in de repressieve sfeer.
Ambities (eventueel landelijk)
De gemeente wil meer inzicht in en aanpak van
drugsproblematiek onder jongeren.• In kaart
brengen van de informatie van partijen die inzicht
hebben in het druggebruik in Oirschot.• In kaart
brengen van de problematiek rondom druggebruik en
drugshandel (leeftijdsgroep en soort drugs e.d.).•
Opstellen van een (regionaal) plan van aanpak om
het druggebruik terug te dringen, waarbij een
benadering vanuit meerdere invalshoeken centraal
staat, zoals voorlichting/handhaving/repressief
optreden (vb project “Laat je niet flessen!”)
Landelijk vastgestelde prioriteit
preventienota (rijksbeleid)
Nee
Lopend (gemeentelijk) beleid
- Het Kempenhorstcollege heeft een
schoolveiligheidsplan en er zijn concrete fspraken
gemaakt tussen politie en de school over het
melden van drugszaken. Ook het
jongeren(opbouw)werk heeft regelmatig contact met
politie en gemeente om het gedrag /drugsgebruik
van jongeren te bespreken. - Per 1 april 2006 is
het hennepconvenant in werking getreden, gesloten
tussen de gemeenten Best, Oirschot, Son en
Breugel, Domein, Vitalis, SWS, OM, Essent en de
politie. Dit regelt de aanpak van
hennepkwekerijen, - stekkerijen en/of drogerijen.-
Binnen het Kempenhorstcollege worden lessen
verzorgd over drugs door de Stichting Voorkom.
Signalen vanuit publieke opinie en
maatschappelijk middenveld
A. Regelmatig komen bij politie en
jongerenopbouwwerk signalen binnen dat drugs
gebruikt en gedeald worden op straat.B. Signalen
uit werkbijeenkomst (5 november 2009) met
betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB:1. Het
gevaar en de effecten van blowen worden onderschat
door jongeren.2. Er wordt te weinig gedaan aan
preventie.3. Het gebruik is moeilijk te
voorkomen.4. Ouders laten hun kinderen zelf de
keuzes maken als het gaat om druggebruik5.
Jongeren weten vaak niet wat ze op bepaalde
momenten met hun vrije tijd moeten doen:
groepsgedrag leidt tot druggebruik. 6. Ouders
weten niet hoe ze het gebruik moeten signaleren.7.
Er is tot op heden te weinig voorlichting
beschikbaar over drugs.
Doelgroep
• Doelgroep zijn de gebruikers van drugs, en
eventuele handelaren. • Daarnaast moet er in
preventieve zin aandacht zijn voor druggebruik bij
jongeren. Daarbij moeten ook opvoeders betrokken
worden. Ouders en andere opvoeders moeten
handvatten krijgen hoe ze drugs bespreekbaar
kunnen maken met hun kind(eren).
Plan van aanpak
De gemeente vraagt de Adviesgroep LGB/WMO een
werkgroep te vormen die samen met de gemeente een
uitvoeringsplan opstelt. Daarbij moet de inbreng
van de werkbijeenkomst van 5 november 2009 (zie
hiervoor) worden betrokken en het aanbod binnen
het Kempenhorstcollege. In het uitvoeringsplan
moet in elk geval aandacht besteed worden aan:• In
kaart brengen van de signalen van druggebruik en
–handel. Welke partijen hebben hier zicht op en
hoe kijken ze tegen het lokale gebruik aan? • Om
welke groep druggebruikers gaat het, waar wordt
gebruikt / gehandeld, om wat voor soort drugs gaat
het, etc. Indien er meer duidelijkheid over het
druggebruik en drugshandel is, kan een actieplan
opgesteld worden. • Selecteren van beschikbaar
informatiemateriaal (er is zoveel beschikbaar dat
ouders en anderen door de bomen het bos niet meer
zien).• Net als bij het project “Laat je niet
flessen!” de aansluiting met de GGD en/of andere
regiogemeenten te zoeken, omdat de aanpak van
drugs zich niet laat begrenzen door
gemeentegrenzen.
Beleidsterrein waar thema primair wordt
ondergebracht
LGB; directe relatie met jeugdbeleid en
integraal veiligheidsbeleid.
Uitvoering
Adviesgroep LGB/WMO, GGD, politie,
Novadic-Kentron, jongerenwerk, onderwijs, ouders,
huisartsen, gemeente.
Uitvoerend jaar/jaren
Werkzaamheden werkgroep: sept. 2012 – jan.
2013Uitvoering: 2013 en 2014.
Budget
Voor het uitvoeren van een plan reserveert de
gemeente vanaf 2013 een bedrag van €
3.000,--.
5.5. Sociale weerbaarheid (incl.
voorkoming eenzaamheid)
Ambities (eventueel landelijk)
Landelijk:Zorgen voor een groter bereik van de
bewezen effectieve interventies zoals cursussen
via internet (lagere drempel dan groepscursussen),
programma's voor versterken van psychische
weerbaarheid en opvoedingsondersteuning.
Landelijk vastgestelde prioriteit
preventienota (rijksbeleid)
Ja, indirect, via thema depressie.
Lopend (gemeentelijk) beleid
Activerend Huisbezoek (bezoeken van 75 +-ers)
door vrijwilligers van de Stichting Welzijn. (Zie
ook Hoofdstuk 2.1 A3).
Signalen vanuit publieke opinie en
maatschappelijk middelveld
Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009)
met betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB:1.
Digitaal Pesten is een probleem. Ouders geven bij
pesten te weinig signalen af op school.2. Op
scholen is (te) weinig aandacht voor sociale
Weerbaarheid.3. Er is aandacht nodig voor
weerbaarheid in alle leeftijdsgroepen.4.
Bereikbaarheid en toegankelijkheid
depressiebehandeling is beperkt.5. Het aanbod aan
trainingen is beperkt. Het bereik is te laag.6.
Moeilijk om problemen zoals loverboys tijdig te
signaleren.7. Relatief veel mensen trekken zich
terug in isolement
Doelgroep
Kinderen (binnen de basisscholen en het
voortgezet onderwijs) die door het ontbreken van
sociale vaardigheden, gevoelig zijn voor plagen
met als gevolg dat zij in een isolement kunnen
geraken en als persoon zich moeilijker kunnen
ontwikkelen.
Plan van Aanpak
De gemeente vraagt de Adviesgroep LGB/WMO een
werkgroep te vormen die samen met de gemeente een
uitvoeringsplan opstelt. Daarbij moet de inbreng
van de werkbijeenkomst van 5 november 2009 (zie
hiervoor) worden betrokken.In het uitvoeringsplan
moet in elk geval aandacht besteed worden aan:1.
Het aanbod en de hiaten in dat aanbod.2. Het
verhogen van het bereik van het aanbod.3. De
effectiviteit van het aanbod.4. Een mix van
interventies (voorlichting en bewustwor- ding,
signalering en advies, preventieve ondersteuning).
Beleidsterrein waar thema primair wordt
ondergebracht
LGB; relatie met WMO (prestatieveld 8
(OGGZ))
Uitvoerend jaar/jaren
Werkzaamheden werkgroep: jan. 2013 – mei
2013Uitvoering: vanaf september 2013 en 2014.
Uitvoering
Adviesgroep LGB/WMO, scholen, Pest-web, GGZ,
verenigingen, gemeente.
Budget
Voor het uitvoeren van een plan reserveert de
gemeente vanaf 2013 een bedrag van €
3.000,--.
**5.5.** 5.5. Sociale weerbaarheid (incl. voorkoming eenzaamheid)
Maakt u zich ook wel eens zorgen over het toenemend geweld in
onze samenleving? Als u weer een berichtje
in de krant leest over mishandeling denkt u dan ook wel eens:
“Als mijn kind dat maar niet overkomt”? Vindt u
het ook belangrijk dat kinderen leren op te komen voor zichzelf
zonder anderen te kwetsen?
In toenemende mate wordt duidelijk dat meisjes en jongens in
onze samenleving worden bedreigd door
machtsmisbruik in allerlei vormen. Verwaarlozing, lichamelijke
mishandeling en seksueel misbruik worden
steeds vaker gemeld.
Ook pesten is onderkend als een ernstige vorm van
machtsmisbruik waar één op de zes kinderen op de basis-
school mee wordt geconfronteerd.
Op zo’n moment is het goed als je als jongere weerbaar bent. We
spreken van weerbaarheid wanneer een kind
op een passende manier voor zichzelf op durft te komen, zonder
daarbij anderen te schaden of respectloos te
behandelen. Een kind dat weerbaar is, is in staat zijn of haar
grenzen te bewaken. En het kind kan zichzelf ver-
dedigen en durft een eigen mening te hebben. Ook zien we dat
kinderen die goed weerbaar zijn, ook voor ande-
ren durven op te komen, zelfstandig zijn maar ook om hulp
durven te vragen, om kunnen gaan met kleine tegen
slagen en hun eigen grenzen kennen en respecteren.
Weerbaarheid werkt preventief. Het voorkomt machtsmisbruik of
geweldservaringen en de kans is groter dat het
geweld stopt als je effectief reageert. En weerbare kinderen
kunnen ook beter ‘nee’ zeggen tegen allerlei verlei-
dingen zoals genotmiddelen en ongezonde happen. Sommige
jongeren zijn van nature weerbaar, anderen kunnen
daarbij best wat hulp gebruiken.
Ouders en onderwijs helpen kinderen op te groeien tot weerbare
kinderen. Maar soms is er toch wat hulp van
buiten af nodig in de vorm van een weerbaarheidstraining of een
sociale vaardigheidstraining voor kinderen.
Want een ouder kan nog zo zijn best doen, soms maakt het
karakter van het kind het moeilijk om het kind te
helpen weerbaar te worden. Ook ouders hebben soms een steuntje
in de rug nodig bij de opvoeding van hun
kinderen.
Onder dit thema scharen we ook: seksueel risicogedrag,
angststoornissen en fobieën.
Ambities (eventueel landelijk)
Landelijk: Zorgen voor een groter bereik van
de bewezen effectieve interventies zoals cursussen
via internet (lagere drempel dan groepscursussen),
programma's voor versterken van psychische
weerbaarheid en opvoedingsondersteuning.
Landelijk vastgestelde prioriteit
preventienota (rijksbeleid)
Ja, indirect, via thema depressie.
Lopend (gemeentelijk) beleid
Activerend Huisbezoek (bezoeken van 75 +-ers)
door vrijwilligers van de Stichting Welzijn. (Zie
ook Hoofdstuk 2.1 A3).
Signalen vanuit publieke opinie en
maatschappelijke middenveld
Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009)
met betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB: 1.
Digitaal Pesten is een probleem. Ouders geven bij
pesten te weinig signalen af op school. 2. Op
scholen is (te) weinig aandacht voor sociale
Weerbaarheid. 3. Er is aandacht nodig voor
weerbaarheid in alle leeftijdsgroepen. 4.
Bereikbaarheid en toegankelijkheid
depressiebehandeling is beperkt. 5. Het aanbod aan
trainingen is beperkt. Het bereik is te laag. 6.
Moeilijk om problemen zoals loverboys tijdig te
signaleren. 7. Relatief veel mensen trekken zich
terug in isolement
Doelgroep
Kinderen (binnen de basisscholen en het
voortgezet onderwijs) die door het ontbreken van
sociale vaardigheden, gevoelig zijn voor plagen
met als gevolg dat zij in een isolement kunnen
geraken en als persoon zich moeilijker kunnen
ontwikkelen.
Plan van Aanpak
De gemeente vraagt de Adviesgroep LGB/WMO een
werkgroep te vormen die samen met de gemeente een
uitvoeringsplan opstelt. Daarbij moet de inbreng
van de werkbijeenkomst van 5 november 2009 (zie
hiervoor) worden betrokken. In het uitvoeringsplan
moet in elk geval aandacht besteed worden aan: 1.
Het aanbod en de hiaten in dat aanbod. 2. Het
verhogen van het bereik van het aanbod. 3. De
effectiviteit van het aanbod. 4. Een mix van
interventies (voorlichting en bewustwor- ding,
signalering en advies, preventieve ondersteuning).
Beleidsterrein waar thema primair wordt
ondergebracht
LGB; relatie met WMO (prestatieveld 8
(OGGZ))
Uitvoerend jaar/jaren
Werkzaamheden werkgroep: jan. 2013 – mei 2013
Uitvoering: vanaf september 2013 en 2014.
Uitvoering
Adviesgroep LGB/WMO, scholen, Pest-web, GGZ,
verenigingen, gemeente.
Budget
Voor het uitvoeren van een plan reserveert de
gemeente vanaf 2013 een bedrag van €
3.000,--.
**5.6.** Preventieve gezondheidszorg voor ouderen.
Op 1 juli 2010 is artikel 5 a van de Wet publieke gezondheid
(Wpg) betreffende preventieve gezondheidszorg voor ouderen in
werking getreden. Dit betekent dat gemeenten zorg moet dragen
voor het monitoren, signaleren en voorkomen van
gezondheidsproblemen bij ouderen. De gemeenten hebben van de
Minister van VWS grote beleidsvrijheid gekregen bij het invullen
van de taak. De gemeenten dienen zich te baseren op de lokale
behoefte van ouderen en een passend aanbod tot stand te brengen.
Daarbij rekening houdende met de voorzieningen die er al zijn
zoals: huisartsen, thuiszorg en welzijnsvoorzieningen. Dit
betekent dat gemeenten zich vooral kunnen richten op het
verbinden en faciliteren van lokale initiatieven. De
rijksoverheid koppelt aan de wettelijke verplichting geen extra
financiële middelen.
Op 1 januari 2009 telde Nederland bijna 2,5 miljoen ouderen.
Daarmee was 15 % van de bevolking ouder dan 65 jaar. 4 % van
alle 65 +-ers was 80 jaar of ouder, wat neerkomt op 4 % va de
bevolking. Het aantal ouderen neemt de komende decennia sterk
toe. In 2020 3,4 miljoen 65 + ers en in 2050: 4,5 miljoen. 25 %
van de totale bevolking is dan ouder dan 65 jaar.
Preventie gericht op ouderen heeft als doel om ouderen zo lang
mogelijk zelfstandig, onafhankelijk en gezond te houden. Gezond
en succesvol ouder worden gaat niet alleen om het voorkómen en
uitstellen van ziekte en sterfte, maar ook om de preventie van
beperkingen in het functioneren, het voorkómen van verlies van
zelfredzaamheid en het terugdringen van afhankelijkheid van de
zorg.
Ook bij ouderen leveren gedragsveranderingen nog
gezondheidswinst op. Zelfs als ouderen hun gedrag pas na hun 65e
aanpassen blijkt dit nog effectief te zijn. Veel
gezondheidsproblemen zijn mede het gevolg van een ongezonde
leefstijl onder ouderen. De nadruk bij interventies voor ouderen
ligt op de thema’s bewegen, gezonde voeding, valpreventie,
depressie, eenzaamheid en decubitus. Verder is een groot aantal
interventies gericht op de algemene gezondheid van ouderen
(‘ageing well’ projecten).
Ambities (eventueel landelijk)
Landelijk:Ouderen zo lang mogelijk
zelfstandig, onafhankelijk en gezond te houden
d.m.v. preventieactiviteiten.De gemeente sluit
zich aan bij die ambitie.
Landelijk vastgstelde prioriteit
Ja
Lopend (gemeentelijk) beleid
- Activerend Huisbezoek (bezoeken van 75+-ers)
door vrijwilligers van de Stichting Welzijn.- Meer
Bewegen Voor Ouderen o.a door Stichting
Welzijn.
Signalen vanuit publieke opinie en
maatschappelijk middenveld
Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009)
met betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB:Geen.
Doelgroep
Inwoners van 65 jaar en ouder.
Plan van Aanpak
De gemeente vraagt de Adviesgroep LGB/WMO een
werkgroep te vormen die samen met de gemeente een
uitvoeringsplan opstelt. In het uitvoeringsplan
moet in elk geval aandacht besteed worden aan:1.
Het aanbod en de hiaten in dat aanbod.2. Het
verhogen van het bereik van het aanbod.3. De
effectiviteit van het aanbod.4. Een mix van
interventies (voorlichting en bewustwording,
signalering en advies, preventieve
ondersteuning).
Beleidsterrein waar thema primair wordt
ondergebracht
LGB / WMO
Uitvoerend jaar/jaren
Werkzaamheden werkgroep: mei. 2013 – oktober
2013Uitvoering: vanaf 1 januari 2014.
Uitvoering
Adviesgroep LGB/WMO, Stichting Welzijn, Kath.
Bonden van Ouderen, gemeente.
Budget
Voor het uitvoeren van een plan reserveert de
gemeente vanaf 2014 een bedrag van €
3.000,--.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Overgewicht, gezonde voeding en diabetes
Onderdeel van Nota Lokaal Gezondheidsbeleid 2011 t/m 2014 van de gemeente Oirschot