Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Overgewicht, gezonde voeding en diabetes

Onderdeel van Nota Lokaal Gezondheidsbeleid 2011 t/m 2014 van de gemeente Oirschot

5.1 A. Een goede gezondheid is van belang om in de maatschappij in sociaal en economisch opzicht goed te kunnen functioneren. Een goede gezondheid wordt door velen dan ook gezien als een groot goed. Al sinds 1948 hanteert de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van de Verenigde Naties de volgende definitie van gezondheid: Gezondheid is een toestand van lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden en niet alleen de afwezigheid van ziekte. Deze definitie wordt internationaal veel gebruikt en is algemeen geaccepteerd. Op basis van deze definitie is een aantal factoren te onderkennen die gezondheid mede bepalen. Deze factoren zijn: - Biologische en erfelijke factoren; leeftijd, geslacht en aanleg. - Leefstijl en gedrag; voeding, beweging, middelengebruik. - Sociale omgeving; gezin, familie, vrienden en sociaal-economische status. - Leef- en woonomgeving; wonen, werken, milieu, recreatie. - Zorgsysteem; aanwezigheid, toegankelijkheid, bereikbaarheid en kwaliteit. Overgewicht Overgewicht is wereldwijd een explosief groeiend probleem. In 1980 had 1 op de 15 kinderen van 4 tot 14 jaar overgewicht, in 2004 was dit al 1 op de 5 kinderen. Overgewicht komt meer voor bij mensen met een lage sociaal economische status. Mensen met obesitas (gevaarlijk overgewicht) leven minder lang en vooral langer in slechtere gezond- heid. Met overgewicht lopen mensen meer kans op fysieke problemen, zoals diabetes, hart- en vaatziek- ten, maar ook op sommige vormen van kanker en aandoeningen aan het bewegingsapparaat. Mensen met overgewicht hebben vaak een negatief stempel en kunnen daarmee psychische klachten krijgen of in een sociaal isolement raken. De minister van VWS heeft samen met de minister van OCW in januari 2005 een convenant gesloten met een aantal belangrijke partijen: de levensmiddelenindustrie, de horeca, de cateraars, de supermarkten, de zorgverzekeraars, de werkgevers en de georganiseerde sport. De ondertekenaars pakken ieder op hun manier overgewicht in Nederland aan. Gemeenten hebben lokaal de regie bij het bevorderen van de gezondheid van burgers. Veel gemeenten hebben echter nog geen goed netwerk voor een gezamenlijke aanpak. Het landelijk gesloten “Convenant Overgewicht” is een goede basis voor een betere lokale aanpak. De lokale ‘vertaling’ van het convenant is inmiddels ook onderdeel van een nieuwe Handleiding Preventie van Overgewicht in Lokaal Gezondheids- beleid. Deze handleiding is ontwikkeld door het Voedingscentrum in nauwe samenwerking met landelijke partners, gemeenten en GGD’en. Landelijk geformuleerde doelstellingen: Landelijk vastgestelde prioriteit preventienota (rijksbeleid) Ja Lopend (gemeentelijk) beleid Signalen vanuit publieke opinie en/of maatschappelijk middenveld A. Landelijk veel aandacht voor stijging overgewicht bij jeugdigen.B. Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009) met betrokken organisaties bij het ontwikkelen van LGB: 1. Bewust worden van eigen leefstijl m.b.t. voeding en bewegen is niet geïntegreerd in de gemeenschap; de meeste mensen hebben geen besef van de gezondheidsrisico’s bij overgewicht, slechte voeding en weinig bewegen. 2. Gezonde leefstijl is te weinig geïntegreerd in de gemeenschap (scholen, sociaal leven). 3. Veel ouders geven zelf het slechte voorbeeld en zien dus niet dat hun kinderen te dik zijn door ongezonde voeding. 4. Meer voorlichting over overgewicht en gezonde voeding is zeer gewenst. Doelgroep - Alle inwoners van jong tot oud.- De doelgroepen jeugd, ouderen en mensen met een lage sociaal-economische status krijgen extra aandacht. Plan van aanpak Een gezond gewicht wordt bereikt door een gezonde energiebalans (eten en bewegen zijn met elkaar in evenwicht). Een integrale benadering waarbij zowel voeding als beweging aandacht krijgt is dus essentieel. Er is nog geen specifiek gezondheidsbeleid voor de jongeren. Daarom is het voorstel om het thema overgewicht bij jongeren op te pakken. Scholen worden geconfronteerd met een versnipperd aanbod aan activiteiten en projecten op het gebied van gezonde leefstijl. Elders in de regio zijn goede ervaringen met het instellen van een lokale werkgroep van professionals die met jongeren te maken hebben. Deze werkgroep stelt dan gezamenlijk, met behulp van de preventieoverzichten van de GGD (Regionaal Kompas Volksgezondheid) en Handreiking Gezonde Gemeente (RIVM, 2010) een actieplan op. De gemeente wil de Adviesgroep LGB/WMO (adviseur van de gemeente) vragen een dergelijke werkgroep in te stellen die samen met de gemeente een uitvoeringsplan opstelt. De Adviesgroep LGB/WMO legt concrete adviezen en resultaten voor aan burgemeester en wethouders. De GGD heeft in mei 2009 een Preventieoverzicht Overgewicht uitgebracht waarin mogelijke projecten beschreven worden met daarbij ook het regionale aanbod. Dat overzicht kan door een werkgroep als leidraad gebruikt worden.In het uitvoeringsplan moet in elk geval aandacht besteedt worden aan: Inventariseren van het aanbod aan activiteiten ter bevordering van een gezonde leefstijl (fitheids, conditie en gezondheid). Invullen van hiaten in het aanbod. Inzicht geven in wat o.a. scholen, bedrijven met kantines en verenigingen met kantines in Oirschot al dan niet doen rondom het terugdringen van overgewicht en het bevorderen van gezonde voeding. Een aanbod op maat vormen voor die organisaties (bedrijven, scholen en verenigingen) die nog niet bezig zijn met overge- wicht en gezonde voeding. Bewustwording van het belang van een gezonde energiebalans creëren bij jongeren en hun ouders door duidelijk, indrin- gend informatiemateriaal te verzamelen of te maken voor jongeren en hun ouders. Bewustwording van het belang van voldoende groente- en fruitconsumptie bevorderen (zeker ook bij volwassenen en ouderen). In samenspraak met ondernemers van supermarkten, diëtisten en andere voedingsdeskundigen rondleidingen te (laten) verzorgen in supermarkten met het doel mensen te wijzen op de gezonde(re) producten.  Inventariseren van het bewegingsaanbod voor mensen met een beperking en ouderen en het, daar waar mogelijk, uitbreiden van het aanbod. Beleidsterrein waar thema primair wordt ondergebracht LGB; directe relatie met jeugdbeleid. Uitvoering Adviesgroep LGB/WMO, scholen, bedrijven, verenigingen, huisartsen, bibliotheek, sportscholen, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, diëtisten, cateraars gemeente e.a. Jaar/jaren van uitvoering Werkzaamheden werkgroep: september. 2011 – december 2011.Uitvoering: 2012, 2013 en 2014. Budget Zoveel als mogelijk worden de activiteiten binnen het takenpakket van de instellingen of organisaties opgepakt. Omdat daarover geen zekerheid is, reserveert de gemeente vanaf 2012 jaarlijks een bedrag van € 4.000, --. 5.1 B. Gezonde voeding Voeding kan een belangrijke rol spelen bij het ontstaan en bij het voorkómen van ziekten. Bij een gezond voedingspatroon leven Nederlanders gemiddeld twee jaar langer dan nu het geval is. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat Nederlanders veel te weinig groenten en fruit eten. Ook is de vetzuursamenstelling van de voeding niet optimaal. De onbalans tussen voeding en bewegen speelt een cruciale rol bij het ontstaan van overgewicht. Op lokaal niveau zijn er voor een goed overgewichtbeleid diverse mogelijkheden om ge- zondheidswinst te behalen. Dit thema heef een directe relatie met overgewicht. Ambities (eventueel landelijk) Zie het gestelde bij overgewicht Landelijk vastgestelde prioriteit preventienota (rijksbeleid) Nee, maar extra aandacht is belangrijk in relatie tot aanpak van de speerpunten overgewicht en diabetes Signalen vanuit publieke opinie en/of maatschappelijk middenveld Zie het gestelde bij Overgewicht. Doelgroep - Alle inwoners van jong tot oud.- De doelgroepen jeugd, ouderen en mensen met een lage sociaal-economische status krijgen extra aandacht. Plan van Aanpak Zie het gestelde bij Overgewicht Beleidsterrein waar thema primair wordt ondergebracht LGB; directe relatie met jeugdbeleid Jaar/jaren van uitvoering Werkzaamheden werkgroep: september 2011 – december 2011Uitvoering: 2012, 2013 en 2014. Uitvoering Adviesgroep LGB/WMO, scholen, bedrijven, verenigingen, huisartsen, bibliotheek, sportscholen, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, diëtisten, cateraars gemeente e.a. Budget Zie het gestelde bij Overgewicht. 5.1 C. Diabetes In Nederland hebben meer dan 600.000 mensen diabetes, elk jaar komen er ruim 70.000 bij. De verontrustende toename van (vooral ook jongere) diabetespatiënten, bedreigt de vitaliteit van de samenleving en heeft ook econo- mische gevolgen. Aan het bestaande diabetesactieprogramma van de rijksoverheid wordt een nieuw programma toegevoegd, na- melijk het nationaal diabetes preventie programma. De noodzakelijke samenhang tussen preventie en curatie in dit diabetesprogramma vraagt ook om lokale betrokkenheid. Verschillende activiteiten dienen aan te sluiten bij de jeugdgezondheidszorg of bij de lokale gezondheidsprogramma’s. De landelijke signalen dat diabetes een toenemend probleem is lijkt door de regionale cijfers van de GGD niet te worden bevestigd. Dit kan komen doordat de bevolkingsonderzoeken niet het meest geschikte instrument zijn om diabetes te signaleren en te registreren. Dit thema heef een directe relatie met overgewicht. Ambities (eventueel landelijk) - het aantal patiënten met diabetes stijgt tussen 2005 en 2025 met niet meer dan 15 procent. - 65% van de diabetespatiënten heeft geen complicaties.- tijdig signaleren.- integratie van preventie en zorg.- bevorderen van gezond gedrag; overgewicht, voeding, fysieke activiteiten en roken, vooral in combinatie met elkaar Landelijk vastgestelde prioriteit preventienota (rijksbeleid) Ja Lopend gemeentelijk beleid Er is geen lopend beleid Signalen vanuit publieke opinie en/of maatschappelijk middenveld Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009) met betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB:Diabetes wordt te veel gezien als normaal (behorend bij ouder worden). Het ontbreekt bij velen aan kennis over deze ziekte. Doelgroep - kinderen/jongeren met overgewicht- mensen met lage sociaal economische status - zwangere vrouwen- allochtonen- mensen met 'verborgen' diabetes Plan van aanpak - Voor het voorkomen van diabetes type 2 is gezond gedrag van cruciaal belang. Dit speerpunt zal dus vanuit de insteek van preventie overlap vertonen met het speerpunt voorkomen van overgewicht. - De gemeente Oirschot streeft een integrale aanpak na, waarbij preventie en curatie (zorg) samenwerken met als doel het optimaliseren van voorlichting, vroege opsporing en behandeling van (de complicaties van) diabetes.- In samenwerking met lokale partners wil de gemeente via de Adviesgroep LGB/WMO een werkgroep starten die een lokaal uitvoeringsplan “diabetespreventie” opstelt en uitvoert. Beleidsterrein waar thema primair wordt ondergebracht LGB Uitvoerders Adviesgroep LGB/WMO, huisartsen, praktijkondersteuners, fysiotherapeuten, gemeente e.a. Uitvoerend jaar/jaren Werkzaamheden werkgroep: september 2011 – december 2011Uitvoering: 2012, 2013 en 2014. Budget Zie het gestelde bij Overgewicht 5.2. (Schadelijk) alcoholgebruik. Onderzoek toont aan dat jongeren in Nederland de afgelopen decennia fors meer alcohol zijn gaan drinken. Ouders zijn aan de ene kant steeds makkelijker als het gaat over het (toenemende) drankgebruik van hun kinderen. Meestal kennen zij de schadelijke effecten van alcohol niet (of willen die niet weten). Op het gebied van alcoholconsumptie door jongeren bezet Nederland een twijfelachtige eerste plaats in Europa. Met alcohol als zodanig hoeft niets mis te zijn. Overmatig drinken heeft echter niet zelden verstrekkende, schadelijke gevolgen, voor jongeren en voor de openbare orde. Bijna tweederde van de twaalfjarigen heeft al alcohol gedronken. Los van de gezondheidsschade die dat, zeker bij jonge kinderen oplevert, geeft het ook veel overlast. Schattingen geven aan dat tenminste 40 procent van het politieoptreden in de weekeinden te maken heeft met drankgebruik. Ruim 27 procent van alle geweldsdelicten gaat met alcohol gepaard. Meer dan vijf pro- cent van de burgers heeft overlast van dronken personen op straat. Bovendien s 25–30 procent van de verkeers- doden het gevolg van alcohol. Chronisch teveel alcohol beschadigt op den duur alle organen die direct bij de opname en verwerking van alcohol betrokken zijn, zoals de maag, de lever en de alvleesklier. Ook de hersenen, het zenuwstelsel en het immuunsy- steem lijden onder aanhoudend misbruik. Teveel drinken verhoogt bovendien het risico op hoge bloeddruk en daarmee op beroerten en bepaalde hartziekten. Diverse onderzoeken laten een verband zien tussen overmatig alcoholgebruik en kanker aan de mond, keel en slokdarm, vooral bij drinkers die ook roken. Overmatig gebruik verhoogt ook het risico op kanker aan de lever en de dikke darm. Vrouwen die veel drinken krijgen vaker borstkanker dan vrouwen die niet drinken. Bij de meeste negatieve effecten neemt het risico op scha- de toe, naarmate men méér drinkt. De schade hangt mede af van de groep waartoe men behoort. Jongeren en vrouwen een hoger risico. Fors alcoholgebruik op jonge leeftijd kan leiden tot acute alcoholvergiftiging en op langere termijn tot schade aan de hersenen. Die zijn immers nog in de groei. Uit onderzoek blijkt ook dat wie jong begint met het drinken van alcohol, op latere leeftijd een verhoogd risico op alcoholproblemen heeft. Tenslotte heeft alcoholgebruik gevolgen voor de vruchtbaarheid van zowel mannen als vrouwen en bij zwangere vrouwen zelfs gevolgen voor de ontwikkeling van het ongeboren kind. Ambities (eventueel landelijk) Landelijk:  Gebruik van alcohol bij jongeren (16-) terugbrengen naar niveau 1992.  Minder volwassen probleemdrinkers van 10.3% naar 7.5% in 2010. (ambitie na 2010 is nog niet bekend). Regionaal project 'Laat je niet flessen!':  Opschuiven startleeftijd alcoholgebruik; onder de 16 geen alcohol.  Dronken jongeren op straat accepteren we niet langer. Lopend (gemeentelijk) beleid - Deelname aan project “Laat je Niet Flessen” - Gezonde School en Genotmiddelen (voorlichting aan leerlingen basisscholen groepen 7 en 8 over preventie gebruik genotmiddelen). - Ouderavonden (verzorgd door de GGD of anderen over gebruik genotmiddelen) - Gastlessen over gebruik genotmiddelen door jongerenopbouwwerk binnen scholen en verenigingen. Zie verder Evaluatie (Bijlage 1). Signalen vanuit publieke opinie en maatschappelijk middenveld Zowel landelijk, regionaal en plaatselijk veel aandacht voor alarmerend alcoholgebruik onder jeugdigen. Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009) met betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB: 1. Veel mensen ontkennen een alcoholprobleem te hebben. 2. Overmatig drankgebruik leidt vaak tot huiselijk geweld. 3. Eenzaamheid leidt vaak tot het gebruik van alcohol. 4. Veel jongeren drinken thuis in. 5. De groepsdruk onder jongeren om te drinken is groot. 6. Veel ouders staan het gebruik van alcohol te gemakkelijk toe. 7. Overmatig drankgebruik leidt na sluitingstijd cafe’s meer dan eens tot overlast. Voorgestelde oplossingen: 1. Voorlichting geven via zoveel mogelijk kanalen, zo frequent mogelijk (generaties lang) 2. Schokkende voorlichting geven onder jongeren en ouderen: bewustwording vergroten. 3. Ouders er strenger op wijzen dat zij het goede voorbeeld moeten geven. 4. Bij sportwedstrijden voor jeugd geen verkoop alcoholische dranken. 5. Strenge controles en strenger straffen. 6. Geen alcohol tijdens schoolfeesten. 7. De prijzen van alcoholische dranken in kantines drastisch verhogen. 8. Speciale uitgaansgelegenheden maken zonder alcohol. 9. Beveiliging bij grootschalige evenementen. 10. Sluitingstijden vervroegen (regionaal). 11. Kreatieve acties voor en door jongeren (maatschappelijke stages). 12. Gerichte begeleiding bij evenementen. 13. Strengere naleving gedragsregels door Horeca / sportkantines + consequenties aan verbinden. Doelgroep De gemeente geeft prioriteit aan de volgende doelgroepen: - Doelgroep jongeren onder de 16 jaar; onder de 16 geen alcohol, naleving wettelijke grenzen, geen gebruik in openbare ruimten. - Doelgroep uitgaanders (16-25 jaar) voorkomen van schadelijk alcoholgebruik en voorkomen openbare problematiek. Plan van aanpak Een effectief lokaal alcoholbeleid kent 4 pijlers: 1. Publiek draagvlak (bewustwording en communicatie), 2. Regelgeving (beïnvloeden van de beschikbaarheid), 3. Handhaving (bevoegdheden). 4. Vroegsignalering (problemen in een vroeg stadium ontdekken). In het regionale project ‘Laat je niet flessen!’ (kartrekker is Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE), zijn veel materialen en ideeën ontwikkeld die op lokaal niveau kunnen worden ingezet. Het breed lokaal uitzetten hiervan vraagt samenwerking met veel partijen op lokaal niveau, meer dan nu het geval is. Deze partijen kunnen het beste direct bij de planvorming betrokken worden om het benodigde draagvlak te ontwikkelen. Beleidsterrein waar thema primair wordt ondergebracht. LGB; directe relatie met jeugdbeleid en integraal veiligheidsbeleid. Uitvoerend jaar/jaren Werkzaamheden werkgroep: sept.. 2011 – dec. 2011 Uitvoering reguliere activiteiten 2011 e.v. Uitvoering nieuwe activiteiten vanaf medio 2012, 2013 en 2014. Uitvoering door: Adviesgroep LGB/WMO, SRE, GGD (Gezonde School en Genotmiddelen basisscholen), scholen, Stichting Voorkom, Novadic-Kentron, jongerenwerk, verenigingen, bibliotheek, huisartsen, politie en gemeente. Budget Laat je Niet Flessen € 5.000,- structureel voor bijdrage aan regionaal project ‘Laat je niet flessen!’ . Voor een lokale aanpak is extra budget van € 2.500,- nodig. Totaal: € 7.500,-- (2011 t/m 2014). Gezonde School en Genotmiddelen (lesmateriaal, ouderavonden). Totaal: € 3.000,-- (2011 t/m 2014) Activiteiten binnen Kempenhorstcollege (lessen over alcoholgebruik door Stichting Voorkom). € 3.000,-- (2011 t/m 2014) Voor mogelijke nieuwe activiteiten reserveert de gemeente vanaf 2012 een bedrag van € 2.000,-- (2012 t/m 2014) 5.3. (Stoppen met) Roken Roken is nog steeds de belangrijkste vermijdbare (onnodige) doodsoorzaak in Nederland. Jaarlijks sterven ruim 20.000 Nederlanders aan acht ziektes die met roken te maken hebben. Ongeveer 90 procent van alle longkanker komt door roken. Circa 30 procent van alle kanker is het gevolg van roken. Bij hart- en vaatziekten is dat ongeveer 20 procent. Meeroken (passief roken) leidt in Nederland jaarlijks naar schatting tot (circa) tien gevallen van wiegendood, enkele honderden doden door longkanker, enkele duizenden sterfgevallen door hartaandoeningen en vele tienduizenden (meer of minder ernstige) luchtwegaandoeningen bij kinderen. Stoppen met roken geeft direct resultaat en zorgt ervoor dat mensen langer gezond leven. Als je stopt met roken op je 30ste kun je tien jaar langer leven, op je 40ste levert dat negen jaar op, op je 50ste zes en op je 60ste drie jaar. Rokers die blijven roken, verliezen in vergelijking met niet-rokers gemiddeld tien jaar van hun even. Europese landen die meer en steviger maatregelen hebben genomen, hebben veel minder rokers. Ambities (eventueel landelijk) In het Nationaal Programma Tabaksontmoediging 2006-2010 noemt de Minister van VWS drie pijlers: 1. Voorkomen dat jongeren gaan roken 2. Stimuleren dat rokers gaan stoppen 3. Beschermen van niet-rokers tegen tabaksrook. Het landelijke doel is het percentage rokers te verminderen tot 20% in 2010 (inzet na 2010 is nog niet bekend). Op 1 juli 2008 is het rookverbod voor horecagelegenheden ingegaan. Het roken in openbare gebouwen en scholen is al langere tijd verbonden. De gemeente neemt de pijlers van de rijksoverheid over en geeft er invulling aan. (Lopend) gemeentelijk beleid Er is geen lokaal beleid m.u.v. het programma Gezonde School en Genotmiddelen. De basisscholen besteden in de groepen 7 en 8 tijdens de lessen aandacht aan roken en alcohol. Diverse andere partijen voeren wel al activiteiten uit: Voorbeelden zijn: Verloskundigen: ‘stoppen met roken’. Consultatiebureau: ‘niet roken waar de kleine bij is’ (folder en adviesgesprek). GGD: jaarlijks 1 massamediale campagne voor volwassenen (2008: stopcampagne Stivoro, via o.a. publieksevenement/markt), jaarlijks 1 campagne voor jongeren (2008: actie tegengif via scholen). Zuidzorg: training ‘Pak je kans’ (groepstraining), en een persoonlijke coaching chronisch zieken. Zuidzorg: Folder “Roken? Niet waar de kleine bij is” (voor ouders van kinderen van 0-4 jaar). GGD: Brochure “Stoppen met roken. Willen en kunnen”. Ziekenhuizen in de regio: individuele ondersteuning en groepstraining. Signalen vanuit publieke opinie en maatschappelijk middenveld A. De maatschappelijke trend is: roken is minder acceptabel dan een aantal jaren geleden. In lijn hiermee geldt sinds juli 2008 een rookverbod voor horecagele- genheden. B. Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009) met betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB: 1. Roken heeft bij nogal wat jongeren een stoer imago. 2. Roken bovenbouw op middelbare scholen is nog steeds aanwezig c.q. gewoon. 3. Ouders die roken doen dat vaak ook in het bijzijn van hun kinderen = slecht voorbeeldgedrag. 4. Te weinig nadruk op het feit dat sporten en roken niet samen gaan. 5. Rookartikelen zijn nog steeds voor een ieder vrij verkrijgbaar. 6. Niet iedereen is zich er bewust van dat roken slecht is voor de gezondheid. 7. Er is nog te weinig “harde”voorlichting over de gevaren van roken. 8. De stap van roken naar het gebruik van andere drugs is klein. Voorgestelde oplossingen: 1. Voorlichting aan jongeren en ouders: positief benaderen, confronteren met kosten, voorlichting via in te stellen Centrum voor Jeugd en Gezin, consultatiebureau en scholen. 2. Beleid middelbare scholen aanpassen: geen verschil tussen onder- en bovenbouw als het gaat om roken. 3. Verbod roken op sportterreinen en tribunes. 4. Meer indringende voorlichting tijdens zwangerschappen. 5. Stoppen met roken-campagnes lang vol blijven houden. Het is een zaak van lange adem. Doelgroep - Jongeren: niet beginnen met roken is de beste insteek. - Rokers bewust maken van het feit dat ook meeroken slecht is voor de gezondheid, ook thuis. - Rokers stimuleren en ondersteunen om te stoppen met roken. Plan van aanpak De beste resultaten van tabaksontmoedigingsbeleid worden geboekt door middel van een mix van interventies en maatregelen zoals intensieve multimediacampagnes, stoppen-met-roken-advies van de huisarts, stoppen met roken voor zwangeren, vergoeding voor de hulp aan stoppen met roken, accijnsverhogingen, terugdringen van meeroken. Voor de 3 doelgroepen die hierboven beschreven zijn, zijn diverse interventies beschikbaar. Jongeren kunnen het beste bereikt worden via de scholen. Beleidsterrein waar thema primair wordt ondergebracht LGB; directe relatie met het Jeugdbeleid. Uitvoerend jaar/jaren Werkzaamheden werkgroep: sept. 2012 – jan. 2013 Uitvoering: 2013 en 2014. Uitvoering Adviesgroep LGB/WMO, verloskundigen, kraamzorg, Novadic-Kentron, scholen, jongerenwerk, huisartsen, ziekenhuizen, gemeente. Budget Zoveel als mogelijk worden de activiteiten binnen het takenpakket van de instellingen of organisaties opgepakt. Voor nieuwe activiteiten reserveert de gemeente vanaf 2013 een bedrag van € 2.000,--. 5.4. Druggebruik Cannabisproducten (hasj, marihuana) zijn in vergelijking met de gezondheidsrisico’s van alcoholgebruik en roken relatief onschuldig. Ze hebben geen sterk verslavende werking, waarmee niet is gezegd dat soft- drugs niet verslavend kunnen worden. Harddrugs (heroïne, cocaïne, amfetamine, XTC, etc) zijn doorgaans schadelijker voor de gezondheid dan cannabis. Harddrugs zijn vaak sterk verslavend, sommige drugs zowel lichamelijk als geestelijk (zoals heroïne) en andere waarschijnlijk alleen geestelijk (zoals cocaïne). In zijn algemeenheid is alcohol een aanzienlijk groter probleem dan druggebruik, maar het gebruik van drugs is eigenlijk geen onderdeel van onze cultuur en dus niet geaccepteerd. De angst bij ouders dat hun kinderen drugs gaan gebruiken is over het algemeen groter dan dat hun kinderen alcoholische dranken nuttigen. Die angst vraagt om bijzon- dere aandacht van de gemeente in de preventieve sfeer, maar ook in de repressieve sfeer. Ambities (eventueel landelijk) De gemeente wil meer inzicht in en aanpak van drugsproblematiek onder jongeren.• In kaart brengen van de informatie van partijen die inzicht hebben in het druggebruik in Oirschot.• In kaart brengen van de problematiek rondom druggebruik en drugshandel (leeftijdsgroep en soort drugs e.d.).• Opstellen van een (regionaal) plan van aanpak om het druggebruik terug te dringen, waarbij een benadering vanuit meerdere invalshoeken centraal staat, zoals voorlichting/handhaving/repressief optreden (vb project “Laat je niet flessen!”) Landelijk vastgestelde prioriteit preventienota (rijksbeleid) Nee Lopend (gemeentelijk) beleid - Het Kempenhorstcollege heeft een schoolveiligheidsplan en er zijn concrete fspraken gemaakt tussen politie en de school over het melden van drugszaken. Ook het jongeren(opbouw)werk heeft regelmatig contact met politie en gemeente om het gedrag /drugsgebruik van jongeren te bespreken. - Per 1 april 2006 is het hennepconvenant in werking getreden, gesloten tussen de gemeenten Best, Oirschot, Son en Breugel, Domein, Vitalis, SWS, OM, Essent en de politie. Dit regelt de aanpak van hennepkwekerijen, - stekkerijen en/of drogerijen.- Binnen het Kempenhorstcollege worden lessen verzorgd over drugs door de Stichting Voorkom. Signalen vanuit publieke opinie en maatschappelijk middenveld A. Regelmatig komen bij politie en jongerenopbouwwerk signalen binnen dat drugs gebruikt en gedeald worden op straat.B. Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009) met betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB:1. Het gevaar en de effecten van blowen worden onderschat door jongeren.2. Er wordt te weinig gedaan aan preventie.3. Het gebruik is moeilijk te voorkomen.4. Ouders laten hun kinderen zelf de keuzes maken als het gaat om druggebruik5. Jongeren weten vaak niet wat ze op bepaalde momenten met hun vrije tijd moeten doen: groepsgedrag leidt tot druggebruik. 6. Ouders weten niet hoe ze het gebruik moeten signaleren.7. Er is tot op heden te weinig voorlichting beschikbaar over drugs. Doelgroep • Doelgroep zijn de gebruikers van drugs, en eventuele handelaren. • Daarnaast moet er in preventieve zin aandacht zijn voor druggebruik bij jongeren. Daarbij moeten ook opvoeders betrokken worden. Ouders en andere opvoeders moeten handvatten krijgen hoe ze drugs bespreekbaar kunnen maken met hun kind(eren). Plan van aanpak De gemeente vraagt de Adviesgroep LGB/WMO een werkgroep te vormen die samen met de gemeente een uitvoeringsplan opstelt. Daarbij moet de inbreng van de werkbijeenkomst van 5 november 2009 (zie hiervoor) worden betrokken en het aanbod binnen het Kempenhorstcollege. In het uitvoeringsplan moet in elk geval aandacht besteed worden aan:• In kaart brengen van de signalen van druggebruik en –handel. Welke partijen hebben hier zicht op en hoe kijken ze tegen het lokale gebruik aan? • Om welke groep druggebruikers gaat het, waar wordt gebruikt / gehandeld, om wat voor soort drugs gaat het, etc. Indien er meer duidelijkheid over het druggebruik en drugshandel is, kan een actieplan opgesteld worden. • Selecteren van beschikbaar informatiemateriaal (er is zoveel beschikbaar dat ouders en anderen door de bomen het bos niet meer zien).• Net als bij het project “Laat je niet flessen!” de aansluiting met de GGD en/of andere regiogemeenten te zoeken, omdat de aanpak van drugs zich niet laat begrenzen door gemeentegrenzen. Beleidsterrein waar thema primair wordt ondergebracht LGB; directe relatie met jeugdbeleid en integraal veiligheidsbeleid. Uitvoering Adviesgroep LGB/WMO, GGD, politie, Novadic-Kentron, jongerenwerk, onderwijs, ouders, huisartsen, gemeente. Uitvoerend jaar/jaren Werkzaamheden werkgroep: sept. 2012 – jan. 2013Uitvoering: 2013 en 2014. Budget Voor het uitvoeren van een plan reserveert de gemeente vanaf 2013 een bedrag van € 3.000,--. 5.5. Sociale weerbaarheid (incl. voorkoming eenzaamheid) Ambities (eventueel landelijk) Landelijk:Zorgen voor een groter bereik van de bewezen effectieve interventies zoals cursussen via internet (lagere drempel dan groepscursussen), programma's voor versterken van psychische weerbaarheid en opvoedingsondersteuning. Landelijk vastgestelde prioriteit preventienota (rijksbeleid) Ja, indirect, via thema depressie. Lopend (gemeentelijk) beleid Activerend Huisbezoek (bezoeken van 75 +-ers) door vrijwilligers van de Stichting Welzijn. (Zie ook Hoofdstuk 2.1 A3). Signalen vanuit publieke opinie en maatschappelijk middelveld Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009) met betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB:1. Digitaal Pesten is een probleem. Ouders geven bij pesten te weinig signalen af op school.2. Op scholen is (te) weinig aandacht voor sociale Weerbaarheid.3. Er is aandacht nodig voor weerbaarheid in alle leeftijdsgroepen.4. Bereikbaarheid en toegankelijkheid depressiebehandeling is beperkt.5. Het aanbod aan trainingen is beperkt. Het bereik is te laag.6. Moeilijk om problemen zoals loverboys tijdig te signaleren.7. Relatief veel mensen trekken zich terug in isolement Doelgroep Kinderen (binnen de basisscholen en het voortgezet onderwijs) die door het ontbreken van sociale vaardigheden, gevoelig zijn voor plagen met als gevolg dat zij in een isolement kunnen geraken en als persoon zich moeilijker kunnen ontwikkelen. Plan van Aanpak De gemeente vraagt de Adviesgroep LGB/WMO een werkgroep te vormen die samen met de gemeente een uitvoeringsplan opstelt. Daarbij moet de inbreng van de werkbijeenkomst van 5 november 2009 (zie hiervoor) worden betrokken.In het uitvoeringsplan moet in elk geval aandacht besteed worden aan:1. Het aanbod en de hiaten in dat aanbod.2. Het verhogen van het bereik van het aanbod.3. De effectiviteit van het aanbod.4. Een mix van interventies (voorlichting en bewustwor- ding, signalering en advies, preventieve ondersteuning). Beleidsterrein waar thema primair wordt ondergebracht LGB; relatie met WMO (prestatieveld 8 (OGGZ)) Uitvoerend jaar/jaren Werkzaamheden werkgroep: jan. 2013 – mei 2013Uitvoering: vanaf september 2013 en 2014. Uitvoering Adviesgroep LGB/WMO, scholen, Pest-web, GGZ, verenigingen, gemeente. Budget Voor het uitvoeren van een plan reserveert de gemeente vanaf 2013 een bedrag van € 3.000,--. 5.5. 5.5. Sociale weerbaarheid (incl. voorkoming eenzaamheid) Maakt u zich ook wel eens zorgen over het toenemend geweld in onze samenleving? Als u weer een berichtje in de krant leest over mishandeling denkt u dan ook wel eens: “Als mijn kind dat maar niet overkomt”? Vindt u het ook belangrijk dat kinderen leren op te komen voor zichzelf zonder anderen te kwetsen? In toenemende mate wordt duidelijk dat meisjes en jongens in onze samenleving worden bedreigd door machtsmisbruik in allerlei vormen. Verwaarlozing, lichamelijke mishandeling en seksueel misbruik worden steeds vaker gemeld. Ook pesten is onderkend als een ernstige vorm van machtsmisbruik waar één op de zes kinderen op de basis- school mee wordt geconfronteerd. Op zo’n moment is het goed als je als jongere weerbaar bent. We spreken van weerbaarheid wanneer een kind op een passende manier voor zichzelf op durft te komen, zonder daarbij anderen te schaden of respectloos te behandelen. Een kind dat weerbaar is, is in staat zijn of haar grenzen te bewaken. En het kind kan zichzelf ver- dedigen en durft een eigen mening te hebben. Ook zien we dat kinderen die goed weerbaar zijn, ook voor ande- ren durven op te komen, zelfstandig zijn maar ook om hulp durven te vragen, om kunnen gaan met kleine tegen slagen en hun eigen grenzen kennen en respecteren. Weerbaarheid werkt preventief. Het voorkomt machtsmisbruik of geweldservaringen en de kans is groter dat het geweld stopt als je effectief reageert. En weerbare kinderen kunnen ook beter ‘nee’ zeggen tegen allerlei verlei- dingen zoals genotmiddelen en ongezonde happen. Sommige jongeren zijn van nature weerbaar, anderen kunnen daarbij best wat hulp gebruiken. Ouders en onderwijs helpen kinderen op te groeien tot weerbare kinderen. Maar soms is er toch wat hulp van buiten af nodig in de vorm van een weerbaarheidstraining of een sociale vaardigheidstraining voor kinderen. Want een ouder kan nog zo zijn best doen, soms maakt het karakter van het kind het moeilijk om het kind te helpen weerbaar te worden. Ook ouders hebben soms een steuntje in de rug nodig bij de opvoeding van hun kinderen. Onder dit thema scharen we ook: seksueel risicogedrag, angststoornissen en fobieën. Ambities (eventueel landelijk) Landelijk: Zorgen voor een groter bereik van de bewezen effectieve interventies zoals cursussen via internet (lagere drempel dan groepscursussen), programma's voor versterken van psychische weerbaarheid en opvoedingsondersteuning. Landelijk vastgestelde prioriteit preventienota (rijksbeleid) Ja, indirect, via thema depressie. Lopend (gemeentelijk) beleid Activerend Huisbezoek (bezoeken van 75 +-ers) door vrijwilligers van de Stichting Welzijn. (Zie ook Hoofdstuk 2.1 A3). Signalen vanuit publieke opinie en maatschappelijke middenveld Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009) met betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB: 1. Digitaal Pesten is een probleem. Ouders geven bij pesten te weinig signalen af op school. 2. Op scholen is (te) weinig aandacht voor sociale Weerbaarheid. 3. Er is aandacht nodig voor weerbaarheid in alle leeftijdsgroepen. 4. Bereikbaarheid en toegankelijkheid depressiebehandeling is beperkt. 5. Het aanbod aan trainingen is beperkt. Het bereik is te laag. 6. Moeilijk om problemen zoals loverboys tijdig te signaleren. 7. Relatief veel mensen trekken zich terug in isolement Doelgroep Kinderen (binnen de basisscholen en het voortgezet onderwijs) die door het ontbreken van sociale vaardigheden, gevoelig zijn voor plagen met als gevolg dat zij in een isolement kunnen geraken en als persoon zich moeilijker kunnen ontwikkelen. Plan van Aanpak De gemeente vraagt de Adviesgroep LGB/WMO een werkgroep te vormen die samen met de gemeente een uitvoeringsplan opstelt. Daarbij moet de inbreng van de werkbijeenkomst van 5 november 2009 (zie hiervoor) worden betrokken. In het uitvoeringsplan moet in elk geval aandacht besteed worden aan: 1. Het aanbod en de hiaten in dat aanbod. 2. Het verhogen van het bereik van het aanbod. 3. De effectiviteit van het aanbod. 4. Een mix van interventies (voorlichting en bewustwor- ding, signalering en advies, preventieve ondersteuning). Beleidsterrein waar thema primair wordt ondergebracht LGB; relatie met WMO (prestatieveld 8 (OGGZ)) Uitvoerend jaar/jaren Werkzaamheden werkgroep: jan. 2013 – mei 2013 Uitvoering: vanaf september 2013 en 2014. Uitvoering Adviesgroep LGB/WMO, scholen, Pest-web, GGZ, verenigingen, gemeente. Budget Voor het uitvoeren van een plan reserveert de gemeente vanaf 2013 een bedrag van € 3.000,--. 5.6. Preventieve gezondheidszorg voor ouderen. Op 1 juli 2010 is artikel 5 a van de Wet publieke gezondheid (Wpg) betreffende preventieve gezondheidszorg voor ouderen in werking getreden. Dit betekent dat gemeenten zorg moet dragen voor het monitoren, signaleren en voorkomen van gezondheidsproblemen bij ouderen. De gemeenten hebben van de Minister van VWS grote beleidsvrijheid gekregen bij het invullen van de taak. De gemeenten dienen zich te baseren op de lokale behoefte van ouderen en een passend aanbod tot stand te brengen. Daarbij rekening houdende met de voorzieningen die er al zijn zoals: huisartsen, thuiszorg en welzijnsvoorzieningen. Dit betekent dat gemeenten zich vooral kunnen richten op het verbinden en faciliteren van lokale initiatieven. De rijksoverheid koppelt aan de wettelijke verplichting geen extra financiële middelen. Op 1 januari 2009 telde Nederland bijna 2,5 miljoen ouderen. Daarmee was 15 % van de bevolking ouder dan 65 jaar. 4 % van alle 65 +-ers was 80 jaar of ouder, wat neerkomt op 4 % va de bevolking. Het aantal ouderen neemt de komende decennia sterk toe. In 2020 3,4 miljoen 65 + ers en in 2050: 4,5 miljoen. 25 % van de totale bevolking is dan ouder dan 65 jaar. Preventie gericht op ouderen heeft als doel om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig, onafhankelijk en gezond te houden. Gezond en succesvol ouder worden gaat niet alleen om het voorkómen en uitstellen van ziekte en sterfte, maar ook om de preventie van beperkingen in het functioneren, het voorkómen van verlies van zelfredzaamheid en het terugdringen van afhankelijkheid van de zorg. Ook bij ouderen leveren gedragsveranderingen nog gezondheidswinst op. Zelfs als ouderen hun gedrag pas na hun 65e aanpassen blijkt dit nog effectief te zijn. Veel gezondheidsproblemen zijn mede het gevolg van een ongezonde leefstijl onder ouderen. De nadruk bij interventies voor ouderen ligt op de thema’s bewegen, gezonde voeding, valpreventie, depressie, eenzaamheid en decubitus. Verder is een groot aantal interventies gericht op de algemene gezondheid van ouderen (‘ageing well’ projecten). Ambities (eventueel landelijk) Landelijk:Ouderen zo lang mogelijk zelfstandig, onafhankelijk en gezond te houden d.m.v. preventieactiviteiten.De gemeente sluit zich aan bij die ambitie. Landelijk vastgstelde prioriteit Ja Lopend (gemeentelijk) beleid - Activerend Huisbezoek (bezoeken van 75+-ers) door vrijwilligers van de Stichting Welzijn.- Meer Bewegen Voor Ouderen o.a door Stichting Welzijn. Signalen vanuit publieke opinie en maatschappelijk middenveld Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009) met betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB:Geen. Doelgroep Inwoners van 65 jaar en ouder. Plan van Aanpak De gemeente vraagt de Adviesgroep LGB/WMO een werkgroep te vormen die samen met de gemeente een uitvoeringsplan opstelt. In het uitvoeringsplan moet in elk geval aandacht besteed worden aan:1. Het aanbod en de hiaten in dat aanbod.2. Het verhogen van het bereik van het aanbod.3. De effectiviteit van het aanbod.4. Een mix van interventies (voorlichting en bewustwording, signalering en advies, preventieve ondersteuning). Beleidsterrein waar thema primair wordt ondergebracht LGB / WMO Uitvoerend jaar/jaren Werkzaamheden werkgroep: mei. 2013 – oktober 2013Uitvoering: vanaf 1 januari 2014. Uitvoering Adviesgroep LGB/WMO, Stichting Welzijn, Kath. Bonden van Ouderen, gemeente. Budget Voor het uitvoeren van een plan reserveert de gemeente vanaf 2014 een bedrag van € 3.000,--.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel