Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Herziene verordening op de raadscommissies 2002

1.. De zittingsperiode van een lid en de voorzitters eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. Een lid houdt op lid te zijn van de raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4 gestelde eisen. 3.. De raad kan een schaduw-raadslid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 4.. Een schaduw-raadslid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als de opvolger is benoemd. 5.. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5. 6.. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel