Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Terrasmeubilair

Onderdeel van Nadere regels voor het hebben van terrassen 2013

1.. Terrasmeubilair is toegestaan mits: het niet (nagel)vast aan de grond wordt bevestigd; derden geen hinder van het meubilair ondervinden; het meubilair geen belemmering vormt voor het schoonmaken en –houden van de openbare ruimte; het geplaatst wordt binnen de grenzen van het betreffende terras en het de grenzen daarvan niet overschrijdt; in beschermde stads- en dorpsgezichten het terrasmeubilair (inclusief windschermen en parasols) effen en gedekt van kleur is; een omgevingsvergunning is verleend wanneer daarvoor vergunningplicht bestaat. 2.. Voor windschermen geldt daarnaast dat: deze wel (nagel)vast aan de grond mogen worden bevestigd indien daarvoor een omgevingsvergunning is verleend; deze ondanks (nagel)vaste bevestiging makkelijk verwijderbaar moeten zijn; deze uitsluitend aan de zijkanten van een gevelterras mogen worden geplaatst, met inachtneming van de volgende bepalingen: de totale lengte van de windschermen per zijkant mag niet meer bedragen dan de diepte van het terras met een maximum van 5 meter gemeten vanaf de gevel; de hoogte van een windscherm mag maximaal 1,50 meter zijn. deze tot een hoogte van maximaal 1 meter, gerekend vanaf de grond, gemaakt mogen zijn van (on)doorzichtig materiaal; daarboven moet het windscherm uit transparant (onbreekbaar) materiaal bestaan. 3.. Voor parasols geldt daarnaast dat: deze wel (nagel)vast aan de grond mogen worden bevestigd indien daarvoor een omgevingsvergunning is verleend; deze ondanks (nagel)vaste bevestiging makkelijk verwijderbaar moeten zijn; deze gemaakt zijn van tentdoek of vergelijkbaar materiaal; de onderkant van de volant minimaal 2,10 meter boven de grond hangt; de parasol niet groter is dan het terras.

Rechtspraak bij dit artikel