Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
De vergunning wordt verleend
als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;
Door het college in de overige gevallen.
3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing: a. indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht; b. bij het openbreken van de verharding en het graven en spitten in de weg ten behoeve van voorwerpen voor het opladen van elektrische voertuigen zoals laadpalen voor elektrische voertuigen, mits voldaan wordt aan de procedure zoals opgenomen in de beleidsregels “Laadvoorzieningen in de openbare ruimte voor elektrische auto’s in de gemeente Best”.
4 Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, het Provinciaal Wegenreglement Noord-Brabant, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of Verordening Ondergrondse Infrastructuur Best.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3
Artikel 2.12
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2010 APV