Het is verboden zich zonder redelijk doel of op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk bordes, portaal, telefooncel, kinderspeeltoestellen, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, spoorwegtunnel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2.51
Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2010 APV