Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 14

Artikel 2.82

Sluiting van drugspanden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2010 APV

1.. Ter bescherming van het woon- en leefklimaat en in het belang van de handhaving van de openbare orde, waaronder begrepen het voorkomen van verstoring ervan, verklaart het bevoegd gezag, een vaartuig of enige andere ruimte welke niet als woning in gebruik is, gesloten, indien en zodra daarin middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet worden bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd of aanwezig zijn, zonder dat daartoe op grond van die wet vereiste verloven zijn verstrekt. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing indien een gebouw, vaartuig, of enige andere ruimte als woning in gebruik is. 3.. Onder het bevoegde bestuursorgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan burgemeester en wethouders, of voor zover het betreft voor het publiek opengestelde gebouwen, als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 4.. Het is de eigenaar, beheerder, houder of gebruiker van een gebouw, vaartuig of enige andere ruimte, als bedoeld in het eerste lid, verboden na het in werking treden van de sluiting, personen tot het gebouw, het vaartuig of de ruimte toe te laten of daarin te laten verblijven. 5.. Het is een ieder verboden in een bij besluit als bedoeld in het eerste lid gesloten gebouw, vaartuig of ruimte te verblijven. 6.. Het vierde en vijfde lid is niet van toepassing op personen wier tegenwoordigheid in het gebouw, het vaartuig of de ruimte wegens dringende redenen noodzakelijk is. 7.. Het bevoegde bestuursorgaan trekt het in het eerste lid beoordeelde besluit in, zodra het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving of de openbare orde naar zijn oordeel de sluiting niet langer vereist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel