Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 3

Artikel 4.13

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2010 APV

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te vellen of te doen vellen: a.. die staan vermeld op de lijst van beschermde bomen b.. in de openbare ruimte en semiopenbare ruimte indien de houtopstanden dikker zijn dan ø 20 cm op 1,30 meter hoogte. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de houtopstand buiten de bebouwde kom, die ie gesitueerd binnen een afstand van 20 meter van een bedrijfs- of burgerwoning en die niet is opgenomen op de door burgemeester en wethouders vastgestelde lijst van beschermde bomen. 3.. Het in het eerste lid gestelde verbodgeldt niet voor: a.. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voorzover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; b.. vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; c.. haagconiferen; d.. fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; e.. kweekgoed; f.. houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; g.. houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: ·. ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are ·. ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen; h.. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.3.6. 4.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het verwijderen van een houtopstand indien daarvoor ingevolge het bestemmingsplan een aanlegvergunning is vereist. 5.. De vergunning kan worden geweigerd op grond van: a.. de natuurwaarde van de houtopstand; b.. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c.. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d.. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e.. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; f.. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. 6.. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. 7.. Burgemeester en wethouders stellen de lijst met beschermde bomen als bedoeld in het eerste lid vast en kunnen deze tussentijds wijzigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel