Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 4

Artikel 4.19

Omgevingsvergunning voor handelsreclame

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2010 APV

1.. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van onverlichte reclame met: a.. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid van de weg; b.. opschriften en aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid; c.. opschriften of aankondigingenkleiner dan 0.5 m2 en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op: ·. openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; ·. het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd, zomede op naamborden; d.. opschriften betrekking hebbend op de naam en/of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken en/of op de namen van degenen die bij het ontwerp en/of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; e.. opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer; 3.. Het verbod geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits: a.. van het aanbrengen tevoren schriftelijk kennis is gegeven aan het bevoegd gezag; b.. het bevoegd gezag niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; c.. deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen weken op de onroerende zaak aanwezig zijn. 4.. Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken. 5.. Een omgevingsvergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a.. indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b.. in het belang van de verkeersveiligheid; c.. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 6.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale Landschapsverordening; De weigeringgrond van het vijfde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken als bedoeld in de Woningwet; De weigeringgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Rechtspraak bij dit artikel