**1..** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, wordt een maatregel toegepast die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand.
**2..** De maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt op de volgende wijze vastgesteld:
bij een periode van 3 maanden of korter: 100% van de bijstandsnorm;
bij een periode van 4 tot 6 maanden: 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, gevolgd door 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand;
bij een periode van 6 maanden of langer: 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand gevolgd door 50% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden.
**3..** In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de maatregel bij onverantwoord besteden van vermogen: 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, gevolgd door 50% van de bijstandsnorm gedurende de overige maanden. Het totaal aantal maanden is gelijk aan het aantal maanden dat belanghebbende geen beroep had hoeven doen op bijstand als hij zijn vermogen wel verantwoord had besteed, uitgaande van een besteding van 1,5 maal de bijstandsnorm.
**4..** De maatregel bedraagt 100% van de bijzondere bijstand, indien het beroep op bijzondere bijstand het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
– Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelverordening Wet werk en bijstand gemeente Venray 2013