Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 21

grafbeplanting

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zutphen 2006

1.. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de aard, de afmetingen en de wijze van aanbrengen van grafbeplanting. 2.. Zonder voorafgaande waarschuwing, en zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding, kunnen verwijderd worden: beplantingen die ingevolge de in het eerste lid bedoelde regels niet zijn toegestaan; dode beplantingen; beplantingen die, naar oordeel van de beheerder, in een verwaarloosde staat verkeren; losse bloemen, planten, kransen en dergelijke die verwelkt zijn; losstaande potten, vazen en dergelijke. 3.. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden na verwijdering gedurende drie maanden ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren mondeling of schriftelijk een verzoek heeft gedaan bij de beheerder.

Rechtspraak bij dit artikel