Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Over te leggen stukken

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zutphen 2006

1.. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. 2.. Indien de begraving of de bezorging van as in een eigengraf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 3.. Begraving of bijzetting in een eigengraf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. 4.. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door de echtegenoot of levenspartner – danwel – een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad. 5.. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven afgerond op gehele jaren.

Rechtspraak bij dit artikel