**1..** Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat:
- - naam, adres en BSN van de ouder;
- - indien van toepassing: naam en BSN van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner;
- - naam, geboortedatum en BSN van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft;
- - een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen, waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per week, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang;
- - een bewijsstuk dat het kindercentrum of gastouderbureau is ingeschreven in het daarvoor geldend gemeentelijk register.
- - gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de wet; of
- - gegevens waaruit blijkt dat de ouder een sociaal medische indicatie heeft. Dit toont de ouder aan door een verklaring van een consultatiebureau-arts, schoolarts, kinderarts of een indicatiestelling voor AWBZ – zorg te overleggen waaruit de noodzaak van de kinderopvang blijkt.
- - gegevens betreffende het aantal gewerkte uren van de minst werkende ouder.
- - overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van tegemoetkoming.
**2..** De aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
**3..** Indien de aanvragende ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner.