Lid 1
De na-wettelijke uitkering eindigt wanneer de uitkeringsduur is verstreken.
Lid 2
De na-wettelijke uitkering eindigt wanneer de werkloosheid eindigt.
Lid 3
De na-wettelijke uitkering eindigt op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de ambtenaar de leeftijd van 62 jaar en 9 maanden bereikt heeft.