Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8.

Artikel 26.

Advisering

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Opsterland 2013

Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend en/of bij gebruikelijke zorg diens relevante huisgenoten: Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen toegankelijke plaats en tijdstip en hem te bevragen. Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken. Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien: Het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een voorziening heeft gehad c.q. met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 3 is gevoerd. Het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 3 heeft gevoerd, maar waarvan de (medische) omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden. Het college dat overigens gewenst vindt. Belanghebbende verschaft aan het college die gegevens die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag. Bij de advisering zal de International Classification of Functions Disabilities and Impairments (de ICF classificatie) als begrippenkader worden gehanteerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel