De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf de
spreekplaats of van hun zitplaats en richten zich tot de
voorzitter.
Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden
van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats
spreken
Een lid van de raad voert het woord nadat dit aan de voorzitter
gevraagd is en verkregen is.
De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van
de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 27
Spreekregels
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Nuenen 2010