Naar hoofdinhoud
1.. De in artikel 7, 9 en 10 genoemde gedenktekens of beplantingen worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht. Alle schade als gevolg van brand, vorst, storm, wateroverlast, bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een bijzetting, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening van de rechthebbende. 2.. De rechthebbende is verplicht de door welke omstandigheden dan ook – aan een gedenkteken of beplanting toegebrachte schade op eerste aanschrijven te herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaatsen schaadt. 3.. Indien door een ondeugdelijke constructie een situatie is ontstaan die gevaar oplevert voor het omvallen of inzakken van een grafmonument kan het college direct maatregelen treffen. 4.. Indien binnen twee maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplanting over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld, onverlet het recht van het college tot herstel of vernieuwing of opslag op kosten van de rechthebbende over te gaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel