Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Wijze van heffing en termijn van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen 2013

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte, door bij aanvang van het parkeren geld in de parkeerapparatuur werpen of door middel van elektronische betaling via de parkeerapparatuur, dan wel bij wege van nota en moet worden betaald na afloop van het parkeren. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op of via de parkeerapparatuur kennisgegeven. 2.. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren, indien bij de aanvang van het parkeren telefonisch of elektronisch aangifte is gedaan via de centrale computer. 3.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4.. In afwijking van het derde lid kan de belasting door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven. 5.. Een naheffingsaanslag inclusief de kosten van de naheffingsaanslag zoals bedoeld in artikel 11 en voor zover van toepassing verhoogd met de andere kosten zoals bedoeld in artikel 11 moet terstond worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel