Bij de verlening van een financiële tegemoetkoming worden de persoon met beperkingen de volgende verplichtingen opgelegd:
De persoon met beperkingen gebruikt de financiële tegemoetkoming naar eigen keuze aan een vooraf bepaald doel of activiteit;
De voorziening die wordt ingekocht is een compenserende voorziening en is kwalitatief verantwoord;
De persoon met beperkingen bewaart de rekening(en) en betalingsbewijs (betalingsbewijzen) gedurende vijf jaren en stelt deze, desgevraagd, ter beschikking van het college;
De persoon met beperkingen deelt het college op diens verzoek of onmiddellijk uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verlening van de financiële tegemoetkoming.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 10
Verplichtingen financiële tegemoetkoming
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning 2012