Naar hoofdinhoud
1 een vergunning wordt ingetrokken: a op verzoek van de vergunninghouder; b wanneer de vergunninghouder verhuist, tenzij de verhuizing plaatsvindt binnen de grenzen van hetzelfde vergunningengebied als ten aanzien waarvan de vergunning is verleend. Hierbij dient echter wel, met in acht neming van artikel 8, eerste lid, onder e, van deze verordening, de vergunning te worden gewijzigd; c wanneer de vergunninghouder het door hem/haar uitgeoefende bedrijf beëindigt, tenzij de vergunninghouder het bedrijf direct opnieuw vestigt binnen de grenzen van hetzelfde vergunningengebied als ten aanzien waarvan de vergunning is verleend; d wanneer het motorvoertuig, ten aanzien waarvan een vergunning is verleend, in het register als genoemd in artikel 1, onder d, op een andere naam wordt ingeschreven. De vergunninghouder dient hier per ommegaande melding van te doen aan burgemeester en wethouders; e wanneer voor het desbetreffende vergunningengebied het desbetreffende stelsel van vergunningen komt te vervallen; f wanneer de vergunninghouder opzettelijk handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en bepalingen in deze verordening; g wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning opzettelijk onjuiste gegevens zijn verstrekt; h wanneer het beleid van de gemeente daartoe noodzaakt. 2 Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is met redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of het wijzigen van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel