Naar hoofdinhoud

AFDELING I.

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Parkeerverordening 2013 - eerste wijziging

In deze verordening de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan alsmede belparkeren; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; belanghebbendenplaats: een parkeerapparatuurplaats waarop het tevens is toegestaan om er met een straatvergunning te parkeren. Een belanghebbendenparkeerplaats is aangeduid met het bord conform model E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 onder toevoeging (op het bord of op een onderbord) van de tekst ‘dagkaarten toegestaan’, of gelegen binnen een zone aangeduid met het bord conform model E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, onder toevoeging (op het bord of op een onderbord) van de tekst ‘dagkaarten toegestaan’, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; straatvergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen; garagevergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren in een parkeergarage bij parkeerapparatuur; vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; vergunningjaar: de periode van 1 februari tot en met 31 januari in het opvolgende jaar; bewoner: een persoon die is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op een adres in één van de gebieden zoals genoemd in artikel 2; bedrijf: hetgeen hieronder wordt verstaan in de gemeentebelastingen; eenmanszaak: bedrijf waarvan oprichter en eigenaar éénzelfde persoon is en geheel zelfstandig opereert, al dan niet met personeel-in-dienst. Er is geen verschil tussen privé- en ondernemersvermogen; algemeen erkende feestdagen waarop vrijstelling van het betalen van parkeergeld geldt: Nieuwjaarsdag en Eerste Kerstdag; koopavond: donderdagavond, plus een aantal extra avonden die worden aangegeven op de parkeerapparatuur; Uitwijkkaart: een door burgemeester en wethouders verleende garagevergunning voor bewoners in de vorm van een electronisch betaalmiddel voor het parkeren in de gemeentelijke garages, waarvan het tegoed altijd geldig blijft en waarbij tussentijdse opwaardering mogelijk is, tegen een vastgesteld tarief afhankelijk van het tijdstip van parkeren, zoals opgenomen in de tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen; volledige vergunning: door burgemeester en wethouders verleende garagevergunning voor bewoners krachtens welke het is toegestaan 24 uur per dag te parkeren. parcadevergunning: door burgemeester en wethouders verleende straatvergunning voor het Parcade-terrein voor bedrijven krachtens welke op door burgemeester en wethouders nader vast te stellen tijdstippen mag worden geparkeerd; waardekaart: garagevergunning voor bedrijven Binnenstad (C) en Schelphoek (H) in de vorm van een electronisch betaalmiddel voor het parkeren in de gemeentelijke garages, waarvan het tegoed altijd geldig blijft en waarbij tussentijdse opwaardering mogelijk is, tegen een vastgesteld tarief afhankelijk van het tijdstip van parkeren, zoals opgenomen in de tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2013; eerste vergunning: de straat- of garagevergunning die in tijd als eerste op een adres wordt afgegeven; tweede vergunning: de straat- of garagevergunning die in tijd als tweede op een adres wordt afgegeven; marktvergunning: straatvergunning voor degene die een bedrijf uitoefent op en tijdens de zaterdagse warenmarkt in de binnenstad; artsen- en/of verloskundigenparkeerplaats: een belanghebbendenplaats die is aangeduid met bord confrom model E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 en voorzien is van een onderbord waarop het kenteken van het motorvoertuig van de arts of verloskundige is aangebracht; autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden; autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate; bezoekersvergunning: een door burgemeester en wethouders verleende fysieke of digitale vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig op straat te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en belanghebbendenplaatsen gedurende bepaalde tijd, een en ander zoals bepaald in het besluit tot aanwijzing maximum aantal en gebruik parkeervergunningen; verhuisvergunning: fysieke of digitale tijdelijke parkeervergunning bewoner of bezoeker bij verhuizing, voor het nieuwe woonadres (max. 1 maand). Deze vergunning kan in fysieke of in digitale vorm worden verstrekt; mantelzorgvergunning: fysieke of digitale tijdelijke parkeervergunning, te verstrekken onder vastgestelde voorwaarden; zorgvergunning bedrijven: digitale bezoekersvergunning voor de zorginstellingen in alle regiemgebieden. Er kan worden geparkeerd gedurende bepaalde tijd, een en ander zoals bepaald in het besluit tot aanwijzing maximum aantal en gebruik parkeervergunningen; kampeerauto: motorvoertuig dat als zodanig wordt vermeld op het kentekenbewijs onder 'type auto’; gehandicaptenvoertuig: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1 onder r van het RVV 1990; oplaadpunt electrisch rijden: parkeerplaats met infrastructuur voor het opladen van een electrisch voertuig; belparkeren: het in werking stellen van de parkeerapparatuur via een verbinding met de centrale computer;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel