Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:
op verzoek van de vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen
beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de
vergunning is verleend;
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
vergunning;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
komt te vervallen;
wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
vergunning verbonden voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
gegevens zijn verstrekt;
wanneer in strijd met het bepaalde in artikel 7, tweede lid
wordt gehandeld;
om redenen van openbaar belang.