Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › § 2.3

Artikel 12.

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Handhavings- en maatregelenverordening inkomensvoorzieningen 2013

1.. Onverminderd artikel 2, lid 2 van de verordening wordt de hoogte en duur van de maatregel die hoort bij een verwijtbare gedraging als omschreven in de artikelen 10 en 11 vastgesteld op: 10 % van de bijstandsnorm / grondslag gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste categorie; 30 % van de bijstandsnorm / grondslag gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie; 40 % van de bijstandsnorm / grondslag gedurende 1 maand bij gedragingen van de derde categorie; 100 % van de bijstandsnorm / grondslag gedurende 2 maanden bij gedragingen van de vierde categorie met dien verstande dat bij het niet behouden van de dienstbetrekking of het niet aanvaarden dan wel verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid van geringe omvang, de hoogte van de maatregel wordt vastgesteld naar de mate waarin belanghebbende inkomen heeft verloren of zou hebben kunnen verwerven. 2.. Van het opleggen van een maatregel als bedoeld onder lid 1, onder a, kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet nakomen van deze verplichting plaatsvindt binnen een periode van 2 jaar na een vorige gedraging waarvoor al een schriftelijke waarschuwing is gegeven. 3.. De duur van de maatregel als bedoeld in lid 1 wordt verdubbeld, indien belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie. 4.. Bij volharding in verwijtbare gedrag uit dezelfde of een hogere categorie en voorts nadat twee eerdere maatregelen zijn opgelegd, wordt tevens de hoogte van de maatregel verdubbeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel