Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.
Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingtijdvak, bedraagt de belasting zoveel zevende gedeelte van het over het tijdvak verschuldigde bedrag als er na aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden resteren.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelte van de voor het tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden resteren.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als de belastingplichtige binnen het gebied dat aan de reclamebelasting onderhevig is, verhuist en aldaar een andere onroerende zaak in gebruik neemt waarvoor de belastingplicht geldt.