Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 26

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Begraafplaatsverordening Aalsmeer 2012

Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden, op een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de rechthebbende of gebruiker gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende of gebruiker hen bekend is. In dat geval maakt het college hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief hun voornemen bekend. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaats. Het college kan de rechthebbende op een particulier graf toestemming verlenen om de overblijfselen van de overledenen die zich bevinden in het graf waarop het uitsluitend recht betrekking heeft, opnieuw te doen begraven in dezelfde grafruimte, een nieuw of een bestaand particulier graf. De gebruiker van een algemeen graf kan gedurende een periode van één jaar voor beëindiging van de grafrusttermijn het college schriftelijk verzoeken bij de ruiming de overblijfselen indien mogelijk bijeen te doen brengen voor herbegraving in een nieuw of bestaand particulier graf elders. De gebruiker van een algemeen graf waarin een asbus is bijgezet, met of zonder urn, kan bij het college schriftelijk een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraven in een particulier graf of voor verstrooiing elders. De rechthebbende op een particulier graf kan bij het college een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij het college een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

Rechtspraak bij dit artikel