Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 1.

Artikel 7.

Intrekken of wijzigen parkeervergunning

Onderdeel van Uitwerkingsbesluit parkeren 2013

1.. Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen: op verzoek van de vergunninghouder of ambtshalve; wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt; wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van de vergunning; wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen; wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; om redenen van openbaar belang; bij niet tijdige betaling en zonder reactie op de daarop volgende aanmaning. 2.. Indien de parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b onder iv of v wordt een aanvraag voor een parkeervergunning door dezelfde vergunninghouder, binnen 12 maanden na intrekking, geweigerd. 3.. Indien een parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b onder vii wordt uitsluitend een nieuwe vergunning verstrekt na het indienen van een nieuwe aanvraag.

Rechtspraak bij dit artikel