Naar hoofdinhoud
1.. De aanslagen, bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening is vermeld en de tweede één maand later. 2.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid geldt dat, indien er minder dan 10 volle maanden na de dagtekening van de aanslag in een belastingjaar resteren de betaling via automatische incasso maandelijks plaats vindt in de resterende volle maanden van dat jaar, met een minimum van 4 maanden. 4.. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 7, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 5.. De aanslagen die na afloop van het belastingjaar worden opgelegd moeten binnen één maand na dagtekening worden betaald. 6.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Kwijtschelding Er wordt geen kwijtschelding verleend voor aanslagen die worden opgelegd op basis van lid 4 van hoofdstuk 1 van de Tarieventabel (ledigingen boven de 14 maal voor restafval en 18 maal voor gft-afval).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel