Het wettelijk kader luidt als volgt:
Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van een bestemmingsplan een omgevingsvergunning verlenen voor een bijbehorend bouwwerk
binnen de bebouwde kom.
Het aantal woningen moet gelijk blijven.
Hiervoor gelden de volgende specifieke beleidsregels:
A. Voor een bijbehorend bouwwerk vòòr de voorgevellijn of aan de zijgevel buiten het bebouwingsvlak dan wel aanduidingsvlak:
erkers, balkons en bordessen mogen maximaal uit 1 bouwlaag bestaan en maximaal 1 meter diep zijn;
ingangspartijen mogen maximaal 2 meter diep zijn met een maximaal toelaatbare oppervlakte van 6 m² en een maximale totale hoogte van 3 meter.
B. Voor een bijbehorend bouwwerk aan de zij- en/of achtergevel:
-bij vrijstaande woningen bedraagt de afstand van alle gebouwen op het perceel tot de zijdelingse perceelsgrens aan ten minste één zijde minimaal 1 meter, tenzij het zijerf naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd, dan bedraagt de afstand 3 meter;
- bij twee-aaneen woningen bedraagt de afstand van alle gebouwen op het perceel tot de zijdelingse perceelsgrens aan ten minste één zijde minimaal 1 meter;
- het bijbehorend bouwwerk wordt minimaal 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning gebouwd;
- de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken op het zij- en achtererf, gelegen buiten het bebouwingsvlak dan wel aanduidingsvlak, mag maximaal 50% bedragen met een maximum van 40 m²;
- indien het achtererf gelegen buiten het bebouwingsvlak dan wel aanduidingsvlak gelijk aan of groter is dan 240 m²; mag aan bijbehorende bouwwerken in totaal maximaal 1/6 van het achtererf buiten het bebouwingsvlak dan wel aanduidingsvlak worden gebouwd op het zij- en achtererf tot een maximale oppervlakte van 100 m²,
- de goothoogte bedraagt maximaal 3,3 meter en de totale hoogte bedraagt maximaal 6 meter.
C. Voor een vrijstaand bijbehorend bouwwerk:
- bij vrijstaande woningen bedraagt de afstand van alle gebouwen op het perceel tot de zijdelingse perceelsgrens aan ten minste één zijde minimaal 1 meter, tenzij het zijerf naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd, dan bedraagt de afstand 3 meter;
- het bijbehorend bouwwerk wordt achter (het verlengde van de) achtergevel van de woning gebouwd;
- de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken op het zij- en achtererf, gelegen buiten het bebouwingsvlak dan wel aanduidingsvlak, mag maximaal 50% bedragen met een maximum van 40 m²;
- indien het achtererf gelegen buiten het bebouwingsvlak dan wel aanduidingsvlak gelijk aan of groter is dan 240 m²; mag aan bijbehorende bouwwerken in totaal maximaal 1/6 van het achtererf buiten het bebouwingsvlak dan wel aanduidingsvlak worden gebouwd op het zij- en achtererf tot een maximale oppervlakte van 100 m²,
- de goothoogte bedraagt maximaal 3,3 meter en de totale hoogte bedraagt maximaal 6 meter.
D. Bovenstaande specifieke beleidsregels gelden ook voor het verlenen van omgevingsvergunningen in de waarborgzone. De omgevingsvergunning kan worden verleend na positief advies van de wegbeheerder over het project.
E. Gronden buiten het bouwvlak of met de aanduiding ‘zonder gebouwen’, ‘landschappelijk waardevol’ of soortgelijke aanduidingen en gronden met de bestemming ‘natuur’, ‘tuin’ en soortgelijke bestemmingen mogen in principe niet worden bebouwd. Dit betekent dat voor deze gronden geen omgevingsvergunning wordt verleend in afwijking van het bestemmingsplan en dat bovenstaande specifieke beleidregels onder B, C en D in principe niet gelden voor deze gronden. Slechts wanneer op deze gronden krachtens het bestemmingsplan wel gebouwen mogen worden gebouwd, kunnen bovenstaande specifieke beleidsregels onder B, C en D wel worden toegepast.
F. Voor een overschrijding van de maximaal toelaatbare goothoogte uit het bestemmingsplan met een maximum van 1 meter, onder de volgende voorwaarden:
- in verband met architectonische accenten;
- er is een positief advies van de WMC;
- afweging op grond van het algemeen afwegingskader.
G. Indien een project, dat niet valt onder artikel 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht enkel en alleen omdat het plaatsvindt op, aan of bij een monument of in een beschermd stad- of dorpsgezicht, in strijd is met het geldende bestemmingsplan, dan kan de omgevingsvergunning alsnog worden verleend in afwijking van het bestemmingsplan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
- er is een positief advies van de WMC;
- afweging op grond van het algemeen afwegingskader.
H. In geval van projecten die bestaan uit bijbehorende bouwwerken voor mensen met een beperking en waarvoor, bijvoorbeeld op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, een noodzaak aanwezig is, bestaat de mogelijkheid om op grond hiervan een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan te verlenen, voor zover de noodzaak aangetoond is. Per geval zal een afweging gemaakt worden. Hiervoor zal gebruik worden gemaakt van het algemeen afwegingskader.
I. Voor een overschrijding van de maximaal toelaatbare dakvoethoogte bij de bestemming ‘Landhuizen’ onder de volgende voorwaarden:
- de goothoogte van de woning bedraagt maximaal 7 meter;
- de oppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag maximaal 50% van het bebouwingsvlak bedragen;
- er is een positief advies van de WMC;
- er wordt een afweging gemaakt op grond van het algemeen afwegingskader;
- er wordt een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten met de aanvrager;
- de overige bouwbepalingen uit het bestemmingsplan blijven onverkort van kracht.
Artikel 4
Een bijbehorend bouwwerk bij een woning binnen de bebouwde kom
Onderdeel van Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden