Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Belastingtarieven

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2013

De belasting als bedoeld in artikel 2 bedraagt per jaar: voor een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient: € 237,14; voor een perceel dat niet of niet in hoofdzaak tot woning dient, voor elke toegevoerde ofopgepompte kubieke meter leiding- of grondwater: € 237,14 voor de eerste 500 m³; € 337,14 boven de 500 m³ tot en met 1.500 m³; € 437,14 boven de 1.500 m³ tot en met 3.000 m³; € 537,14 boven de 3.000 m³ tot en met 5.000 m³; € 637,14 boven de 5.000 m³ tot en met 7.500 m³; € 737,14 boven de 7.500 m³ tot en met 10.000 m³; € 837,14 boven de 10.000 m³ tot en met 15.000 m³; € 937,14 boven de 15.000 m³; voor een perceel dat enkel regenwater afvoert: 0,15% van de WOZ-waarde tot eenmaximum van € 237,14. Als sprake is van een veehouderijbedrijf, met of zonder woongedeelte, wordt het tarief als bedoeld in lid 2 berekend naar maximaal 500 kubieke meters toegevoerd of opgepompt leiding- of grondwater. voor de berekening van de belasting geldt een gedeelte van een kubieke meter voor een volle kubieke meter. voor belastingbedragen tot € 5,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel