De belasting als bedoeld in artikel 2 bedraagt per jaar:
voor een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient: € 237,14;
voor een perceel dat niet of niet in hoofdzaak tot woning dient, voor elke toegevoerde ofopgepompte kubieke meter leiding- of grondwater:
€ 237,14 voor de eerste 500 m³;
€ 337,14 boven de 500 m³ tot en met 1.500 m³;
€ 437,14 boven de 1.500 m³ tot en met 3.000 m³;
€ 537,14 boven de 3.000 m³ tot en met 5.000 m³;
€ 637,14 boven de 5.000 m³ tot en met 7.500 m³;
€ 737,14 boven de 7.500 m³ tot en met 10.000 m³;
€ 837,14 boven de 10.000 m³ tot en met 15.000 m³;
€ 937,14 boven de 15.000 m³;
voor een perceel dat enkel regenwater afvoert: 0,15% van de WOZ-waarde tot eenmaximum van € 237,14.
Als sprake is van een veehouderijbedrijf, met of zonder woongedeelte, wordt het tarief als bedoeld in lid 2 berekend naar maximaal 500 kubieke meters toegevoerd of opgepompt leiding- of grondwater.
voor de berekening van de belasting geldt een gedeelte van een kubieke meter voor een volle kubieke meter.
voor belastingbedragen tot € 5,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 5
Belastingtarieven
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2013