Het eigenarendeel van de rioolheffing wordt geheven naar een
vast bedrag per perceel.
Het gebruikersdeel van de rioolheffing wordt geheven naar het
aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt
afgevoerd.
Het aantal kubieke meters afvalwater, als bedoeld in het tweede
lid, wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de
laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande
verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt.
Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van
12 maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van
een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
Indien er geen sprake is van een voorafgaande verbruiksperiode
wordt de hoeveelheid water bepaald naar het werkelijke verbruik
(eventueel herleid naar een periode van 12 maanden) op moment
van aangifte of, indien daarover ook geen gegevens bekend zijn,
door schatting.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is
geweest kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
wettelijke bepaling.
6.De op voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
opgepompt water, of de op grond van het vierde lid bepaalde hoeveelheid
water, wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is
afgevoerd.
Hoofdstuk
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2013