Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening eenmalig rioolaansluitingsrecht 2010

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Gemeentelijkriool: het gedeelte van de riolering dat bij de gemeente in eigendom en / of beheer is voor inzameling en transport van afvalwater, met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen en persleidingen alsmede werken en installaties van overeenkomstige aard, inclusief de perceelaansluitlei-dingen; alsmede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater; Aansluitpunt: het punt waar het particulier riool op de perceelsaansluitleiding wordt aangesloten (inclusief ontstoppingsstuk); Perceelaansluitleiding: riolering en de voorzieningen in eigendom en beheer bij de gemeente, gelegen tussen het gemeentelijk riool en het aansluitpunt; Particulier riool: de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het aan te sluiten perceel gelegen binnen-, buiten- en terreinrioolleidingen tot aan het aan-sluitpunt; Aansluiten op vrijverval riool: alle werkzaamheden en werken ten behoeve van het tot stand brengen van de verbinding tussen een aansluitpunt en het gemeentelijk riool, waarbij het afvalwater via vrijvervalriolering wordt afgevoerd.; Aansluiten op drukriool: alle werkzaamheden en werken ten behoeve van het tot stand brengen van de verbinding tussen een aansluitpunt en het gemeentelijk riool waarbij het afvalwater via een drukriool wordt afgevoerd Vrijverval riool: het gemeentelijk riool voor het transport van huishoudelijk- en/of bedrijfs-afvalwater en/of hemelwater waarbij het water via vrijverval wordt afge-voerd; Drukriool: het gemeentelijk riool voor het transport van huishoudelijk- en/of bedrijfs-afvalwater (uitgezonderd hemelwater) waarbij het transport door het riool plaatsvindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk; een perceel een gebouwde roerende of onroerende zaak – of een gedeelte daarvan - die blijkens indeling en inrichting bestemd is om als zelf-standig afzonderlijk geheel t.b.v. een particuliere huishouding als woning te worden gebruikt; een gebouwde roerende of onroerende zaak – of een gedeelte daarvan – die blijkens indeling en inrichting bestemd is om als zelfstandig afzonderlijk geheel t.b.v een niet woning te worden gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel