De
vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of
gewijzigd:
indien
ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens
zijn verstrekt;
indien
op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet
worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd
door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de
vergunning of ontheffing is
vereist;
indien
de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
beperkingen niet zijn of worden
nagekomen;
indien
van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een
dergelijke termijn, binnen een redelijke
termijn;
indien
de houder dit verzoekt.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.6
Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2006