In deze afdeling wordt verstaan onder:
markt: de warenmarkt die plaats vindt op de, bij of
krachtens artikel 10.1.2 vastgestelde dag, tijd en plaats;
marktterrein: de gehele openbare of voor het publiek
toegankelijke oppervlakte grond, die bij of krachtens
artikel 10.1.2 is aangewezen voor het uitoefenen van de
markthandel;
standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt op het
marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de
markthandel;
vaste plaats: de standplaats die op een markt voor
onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan de
vergunninghouder;
dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt
gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste
plaats is toegewezen dan wel ingenomen;
standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder
publiek om zich heen verzamelt, over het door hem te
verkopen artikel een aansprekende uiteenzetting houdt en ten
slotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop
van dat artikel te bewegen;
standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter
beschikking wordt gesteld om te standwerken;
vergunninghouder: degene aan wie door het college van
burgemeester en wethouders vergunning is verleend voor het
innemen van een standplaats;
wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste plaats;
anciënniteitslijst: de lijst van vergunninghouders van een
vaste plaats;
marktmeester: de persoon, die als zodanig is benoemd door
het college van burgemeester en wethouders;
branche-indeling: de indeling in artikelengroepen en het
aantal vastgestelde vaste plaatsen per artikelengroep;
levenspartner: de persoon met wie de vergunninghouder met
het oogmerk duurzaam samen te wonen een gemeenschappelijke
huishouding voert, hetgeen blijkt uit een schriftelijke
verklaring ingericht volgens door het college te stellen
regels.
Hoofdstuk 10 › Afdeling 1
Artikel 10.1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2006