**1..** Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die
naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor
verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de
aanschrijving vast te stellen termijn:
indien de iepen in de grond staan, deze te
vellen;
de iepen te ontschorsen en de schors te
vernietigen;
of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te
vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding
van de iepziekte wordt voorkomen.
**2..** Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering
van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede
kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te
vervoeren. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van dit
verbod.
Hoofdstuk 11 › Afdeling 2:
Artikel 11.2.8
Bestrijding iepziekte
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2006