Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 13

Artikel 13.7

Parkeren van grote of uitzichtbelemmerende voertuigen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2006

1.. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren a. bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw; b. op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2.. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3.. Het verbod als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. 4.. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5.. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel