Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 3.3

Evenementen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2006

1.. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te houden of te doen houden. 2.. In afwijking van het bepaalde in artikel 1.3 dient een aanvraag om een vergunning ten behoeve van: een groot evenement uiterlijk zes maanden voor aanvang van het groot evenement te worden ingediend en dient vòòr 01 november van het jaar voorafgaande van het jaar waarin het evenement plaatsvindt te worden gemeld bij de burgemeester; een evenement uiterlijk acht weken voor aanvang van het evenement te worden ingediend; De burgemeester kan van de in onderdelen a. en b. vermelde termijnen afwijken of voor bijzondere terugkerende evenementen gelet op de benodigde voorbereidingstijd de uiterlijke datum van de aanvraag afzonderlijk bepalen. 3.. In afwijking van de in artikel 1.2 genoemde beslissingstermijn beslist de burge­mees­ter op de aanvraag voor een vergunning voor een: groot evenement binnen zes maanden na de dag waarop de aanvraag ontvangen is; een evenement binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen; De burgemeester kan de in onderdelen a. en b. genoemde termijnen verlengen. 4.. De burgemeester neemt bij de beoordeling van een aanvraag om vergunning de volgende belangen in aanmerking: de mate waarin door het evenement beslag wordt gelegd op de ruimte, de tijd en de hulpdiensten; het aantal bezoekers dat wordt verwacht; of de aard van het evenement zich verdraagt met het karakter of de bestem­ming van de gevraagde locatie; of er gevaar bestaat voor de openbare orde, gezondheid of veiligheid, waar­onder de brandveiligheid en het belang van het voorkomen van wanordelijk­heden; of er gevaar bestaat voor belemmeringen van het verkeer; of er gevaar bestaat voor een onevenredige belasting van het woon- of leef­klimaat in de omgeving van het evenement; of er gevaar bestaat voor verontreiniging, aantasting van het uiterlijk aan­zien van de stad, beschadiging van de groenvoorzieningen of van voorzie­ningen­ voor het openbaar nut; of de organisator voldoende waarborgen biedt of kan bieden voor een goed verloop van het evenement, gelet op de eerder vermelde belangen; of de organisator voldoende waarborgen biedt om de schade aan het milieu te voor­komen dan wel zoveel mogelijk te beperken. 5.. De burgemeester kan aan de vergunningverlening voorschriften en beperkingen verbinden met het oog op de in het vierde lid bedoelde belangen en ter ver­zeke­ring van de nakoming van deze voorschriften in de vergunning bepalen dat een borgsom moet worden betaald voordat het evenement wordt gehouden. 6.. Voor het op het evenemententerrein te verrichten activiteiten die op grond van deze of een andere gemeen­­telijke verordening vergunningplichtig zijn, tijdens de duur van het eve­ne­ment, geen afzonder­lijke vergunning nodig, mits die activiteiten zijn vermeld in de evene­men­ten­­­vergun­ning als bedoel in het tweede lid. 7.. Het is aan anderen dan de vergunninghouder verboden op het evenemententerrein activiteiten te verrichten, waarvoor krachtens enige gemeentelijke verordening vergunning is vereist en welke activiteiten zijn vermeld in de vergunning als bedoeld in het tweede lid, tenzij die anderen met de houder van de vergunning een overeenkomst hebben gesloten en zij zich jegens de vergunninghouder hebben verbonden de voorschriften en beperkingen, welke aan de vergunning zijn verbonden, in acht te nemen. 8.. Indien derden met de vergunninghouder een overeenkomst hebben gesloten, is het bepaalde in het zesde lid op hen van overeenkomstige toepassing. 9.. Het verbod als bedoeld in het zevende lid geldt niet voor activiteiten die reeds krachtens een voor onbepaalde tijd dan wel voor een langere periode van drie maanden verleende vergunning voor een aan een specifieke plaatsgebonden handeling op het evenemententerrein plaatsvinden. 10.. Het bepaalde in dit artikel staat er niet aan in de weg dat, wat het evenemententerrein betreft, voor het in gebruik nemen van gemeentegrond of gemeentewater met de gemeente Beverwijk een overeenkomst wordt gesloten die bedingen bevat die mede de belangen betreffen als bedoeld in het vierde lid. 11.. De vergunninghouder die een evenement organiseert of degene die er feitelijk de leiding bij heeft, is, indien de burgemeester een bevel geeft met het oog op het waarborgen van de in het vierde lid bedoelde belangen, verplicht daaraan gevolg te geven en, indien nodig, het evenement onmiddellijk te beëindigen, waarbij hij dan ook verplicht is ervoor te zorgen dat er geen publiek meer wordt toegelaten. 12.. Het is verboden, de orde te verstoren bij een evenement. 13.. De burgemeester kan wegen, weggedeelten, openbaar water of andere voor het publiek toegankelijke plaatsen aanwijzen waar het eerste lid niet van toepassing is

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel