Voor
de toepassing van deze afdeling wordt verstaan
onder:
de
wet: de Wet op de
kansspelen;
Speelautomatenbesluit:
Speelautomatenbesluit
2000.
speelautomaat:
een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat
bestaat uit een door de speler in werking gesteld
mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het
resultaat kan leiden tot de middelijke of onmiddellijke
uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het
recht om gratis verder te
spelen;
behendigheidsautomaat:
een speelautomaat
waarvan:
het
spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een
verlengde speelduur of het recht op gratis spellen,
en
het
proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de
speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel
geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het
gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of
en in welke mate de speelduur verlengd of het recht
op gratis spellen verkregen
wordt;
kansspelautomaat:
een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat
is;
Speelautomatenhal:
een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven
een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als
bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder c, van de
wet;
houder:
de natuurlijke of rechtspersoon voor wiens rekening en
risico een speelautomatenhal wordt
geëxploiteerd;
leidinggevende:
de natuurlijke persoon die algemene of onmiddellijke leiding
heeft in de speelautomatenhal; danwel de bestuurder van de
rechtspersoon voor wiens rekening en risico een
speelautomatenhal wordt
geëxploiteerd
openbare
weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer
openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin
gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden
behorende bermen en zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de
aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide
parkeerterreinen.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 1
Artikel 5.1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2006