**1..** De Burgemeester weigert een vergunning,
indien:
voor de exploitatie van een speelgelegenheid in een deel
van de gemeente dat op de in artikel 5.2.2, tweede lid
bedoelde kaart in geel is aangegeven al een vergunning
is verleend;
de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met
een bestemmingsplan of leefmilieuverordening in de zin
van de Wet op de stads- en
dorpsvernieuwing;
de vestiging daarvan geschiedt in een woonruimte
waarvoor geen vergunning tot woningonttrekking is
verleend als bedoeld in artikel 30 van de
Huisvestigingswet;
de speelgelegenheid niet in een gebouw is
gevestigd;
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
artikel 5.2.5 gestelde
eisen.
**2..** De Burgemeester kan een vergunning weigeren, indien naar zijn
oordeel:
het woon- en leefklimaat in de omgeving van de
speelgelegenheid en/of de openbare orde of veiligheid
nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de
speelgelegenheid;
een eerdere vergunning voor de exploitatie van de
speelgelegenheid is ingetrokken of de speelgelegenheid
met toepassing van artikel 5.2.10 van deze verordening
dan wel van art. 13b van de Opiumwet is
gesloten;
het bedrijfsplan als bedoeld in artikel. 5.2.3
onvoldoende garanties geeft dat het in de Wet op de
kansspelen bepaalde niet zal worden
overtreden;
het op grond van andere feiten en omstandigheden
onvoldoende vaststaat dat het bepaalde in de Wet op de
kansspelen niet zal worden
overtreden.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 2
Artikel 5.2.6
Gronden voor weigering vergunning
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2006